vrijdag 22 december 2017

Eén met God

De mens is één met God. De grondtoon van wat Jezus heeft onderwezen, is dat de mens totaal afhankelijk is van God en niets anders. Alles wat Jezus over de mens wist, kwam voort uit zijn godsbegrip. God is de Vader en de oorsprong van de mens, en Hij bestuurt en handhaaft de mens onafgebroken. De relatie met God is zo nauw dat Jezus zelfs spreekt over de mens die één is met God. In Johannes lezen we dat Jezus met betrekking tot zijn leerlingen zowel als tot ons zegt: “En ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen die door hun woord in mij geloven zullen. Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in mij, en ik in U, dat ook zij in ons één zijn,” (Joh. 17:20). Jezus zag in de mens wat God hem heeft gegeven en hem voortdurend geeft, namelijk een godgelijke natuur. Dit is niet een menselijke natuur. En als de mens is grootgebracht in het besef dat hij een beperkte, menselijke natuur heeft, dan moet hij zich ‘bekeren’, tot inkeer komen, teneinde zijn godgelijke identiteit te beseffen. Bekeren betekent hier opnieuw bepalen wie we zijn. Zo’n wijze van bekeren kan het begin zijn van een radicale verandering, een nieuwe levenswijze, een gezonder en productiever leven, een Christelijker leven.

Geen opmerkingen: