zondag 17 september 2017

Definitie van geloof

De schrijver van de brief aan de Hebreeën duidt op die onzichtbare goedheid en perfectie van God in zijn definitie van geloof als een ‘vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs van zaken die men niet ziet.’ Dan geeft hij voorbeelden van mannen en vrouwen in het Oude Testament die dit geloof bezaten, dit vermogen de dingen van God die men niet ziet, te zien. Hij noemt Henoch, Noach, Abraham en Sara, Mozes en ettelijke anderen, en geeft aan dat zij in staat waren overweldigende stoffelijke problemen te overwinnen door hun geloof alleen. Henoch overwon de dood. Noach redde zijn hele familie en zijn vee van een catastrofale overstroming. Abraham en Sara stichtten een natie door geboorte te geven aan een kind op hun oude dag. Mozes verloste duizenden mede-Israëlieten van slavernij in Egypte. Het Godsvertrouwen van deze patriarchen gaat ver uit boven het blind vertrouwen van de twijfelmoedige. Geloof in God is een kwaliteit die ons leven op een vaste basis zet. Geestelijke vooruitgang, genezing en de animo gewoon door te gaan naar nieuwe horizonten worden vanzelfsprekend deel van ons leven als we op God vertrouwen.

Geen opmerkingen: