zaterdag 9 april 2016

Vader, wat wilt Gij dat ik doen zal?

Er is een vraag die wij allemaal vroeg of laat onder ogen moeten zien - de vraag hoe wij de geestelijke kwaliteit van ons leven moeten inschatten, en hoe wij die zien in relatie tot anderen. Op subtiele wijze en misschien door het wanbegrip en de tegenstand die zo vaak discussies over Christian Science hadden vergezeld, was ik er bijna van overtuigd geraakt, in tegenstelling tot wat Christian Science leert, dat bepaalde mensen dichter bij God staan dan anderen - althans in hun gevoeligheid voor Zijn geestelijke zorg. Ik had het er moeilijk mee.
Naarmate wij ons het feit eigen gaan maken dat de kracht van goedheid en gezondheid en wijsheid permanent deel uitmaakt van ons werkelijke zelf, gaan wij anders reageren op onze medemensen en iets meer zien van de oneindige mogelijkheden. Het leven heeft een geestelijke grondslag. Zelfs wanneer wij er een puinhoop van maken, komt de idee van de mens als de uitdrukking van God steeds weer naar voren. De overtuigingskracht van de goddelijke Waarheid en van de goddelijke Liefde spreekt tot iedere man en vrouw. Als dit eenmaal is begrepen, zullen zelfs onze eigen redeneringen en discussies over Christian Science en haar genezingen minder een zaak worden van het overtuigen van een ander en meer gaan lijken op Gods eigen zelfonthulling aan ieder van ons. Dan kunnen wij bidden: ”Vader, wat wilt Gij dat ik doen zal?”

Geen opmerkingen: