maandag 16 november 2015

Oneindigheid bestaat

Iedereen weet of is zich gedachtelijk bewust, dat hij bestaat. Hij is bewust, dat hij bestaat en hierdoor wordt hij door de rede ertoe geleid te zien, dat het bestaan gedachtelijk is. Hij merkt dat men zonder gemoed of gedachte geen aanwijzing of bewustzijn van het zijn zou hebben. Mrs. Eddy omschrijft God als het Opperste Zijn - het Opperwezen - het goddelijke en oneindige in zichzelf bestaande Gemoed. Zij schrijft ook, dat dit Wezen uitdrukking of getuigenis moet hebben en dat deze uitdrukking gemanifesteerd wordt als de mens in een oneindigheid van zich ontplooiende ideeën. Op blz. 336 van het leerboek Wetenschap en Gezondheid, heeft Mrs. Eddy geschreven: “Gemoed is de IK BEN, of de oneindigheid.” Het feit, dat oneindigheid bestaat, dat dit de waarheid van het zijn is, betekent, dat ontplooiing één is, oneindig, onvermijdelijk. Voor iedere idee van God is dat feit Gemoed, dat in het individuele bewustzijn verschijnt of zich ontplooit. En, omdat deze ontplooiing geheel en al goed is, doet dit begrijpen, dat er zelfs in onze menselijke ervaring niets te vrezen is, niets om bang of angstig voor te zijn, niets te verwachten of te genieten, dan de volheid en de harmonie van het aan het licht tredende getuigenis van het wezen van God. Iedere dag kenmerkt zich door ontplooiing. Deze dag, of ontplooiing, is geheel en al een staat van geestelijk weten. Het duurt eeuwig voort, raakt nooit ten einde, komt nimmer tot stilstand en geeft steeds uitdrukking aan de weldadige orde en bedoeling van het goddelijk Beginsel. Veerkracht, spontaniteit en vreugde zijn de kenmerken van het zich ontplooiend zijn van Gemoed.

Geen opmerkingen: