dinsdag 1 september 2015

God als het enige Ego

We kunnen duidelijk onderscheid maken tussen het sterfelijk ego en het goddelijke Ego. Het goddelijk Gemoed houdt Zichzelf in stand, is compleet en volledig bevredigd. Het sterfelijk ego nu is net het tegenovergestelde daarvan: altijd ontbreekt er wel iets, het is onbevredigd en ontevreden. Het voelt een innerlijke armoede en moet daarom iemand bezitten of op iemand steunen. Het is altijd op zoek naar iets buiten zichzelf om de leegte op te vullen. Het moet dingen of geld verzamelen, voortdurend iets toevoegen aan het lichaam: een pil, een medicijn, een sensatie. Het is altijd hongerig naar iets en ongedurig. Deze gemoedstoestand is onbevredigend, omdat hij in wezen het bewustzijn van een tekort en beperkingen is; hij is angstig, omdat hij zich van God, het goede, gescheiden voelt. Door zijn aard alleen al is hij beperkt, vol van zelfmedelijden, en bewerkt hij zijn eigen ondergang. Daarom wordt deze gemoedstoestand in de Christelijke Wetenschap het sterfelijk gemoed genoemd, een verondersteld gemoed of een intelligentie gescheiden van het ene Gemoed, God. Het sterfelijk gemoed voelt zich het ene moment bezeerd, benadeeld en misbruikt, en is het volgende ogenblik agressief en wil zich laten gelden. Het is duidelijk dat we dit onware zelf, dit sterfelijk ego moeten ontkennen en God als het enige Ego - en daarom het Ego van de mens - moeten aanvaarden. Jezus zei: “Zo iemand achter mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge mij.” (Matt. 16:24)

Geen opmerkingen: