zaterdag 4 juli 2015

Onze oorsprong in Geest

Een van de belangrijkste verklaringen van de Meester was (Matt. 23:9): “Gij zult niemand uwen Vader noemen op de aarde”. Hier maant Jezus ons aan geen andere oorsprong te erkennen dan Geest, God. Met deze erkenning bereiken wij twee dingen. Zij snijdt ons af van ongewenste erfelijke karaktertrekken en maakt ons ook los van de zelfopgelegde beperkingen van de familiegeschiedenis. Zij stelt ons in staat te zien, dat hij altijd één is met dat goddelijk bewustzijn, dat al het goede insluit. Dit is de geopende deur van het geestelijk begrijpen, en wanneer wij die binnengaan, kunnen wij met de Psalmdichter zeggen (Ps. 139:17,18): “Daarom, hoe kostbaar zijn mij, o God! uw gedachten, hoe machtig veel zijn haar sommen! Zoude ik ze tellen, zij zijn meer dan zand.” Er zijn geen beperkingen voor het geestelijke zijn of goddelijk bewustzijn, dat door weerspiegeling het onze is. Het houdt verband met een steeds ontvouwend begrip van schoonheid, van volkomenheid, volmaaktheid en onsterfelijkheid.

Geen opmerkingen: