zaterdag 31 januari 2015

Goddelijke of geestelijke identiteit

Mrs. Eddy’s ontdekking was het resultaat van verruimd breed denken. De godsdienst die zij stichtte, brak radicaal met alle conventionele opvattingen. Zij zag steeds duidelijker in dat de stof niet de werkelijke mens kan zijn. Zij besefte, dat zij zichzelf en anderen, de mens en het leven, moest zien als de geestelijke mentale uitdrukking van het goddelijk Gemoed, God. De mens in zijn ware aard brengt al de hoedanigheden en eigenschappen van zijn oorspronkelijk Beginsel, God, tot uitdrukking. In werkelijkheid is hij volkomen gezond en ontbreekt het hem aan geen enkel noodzakelijk element van het goede. Hij is de belichaming van geestelijke eigenschappen. Op het eerste gezicht lijkt het natuurlijk alsof dit voorbijgaat aan het feit dat wij fysieke lichamen hebben, dat er andere lichamelijke wezens om ons heen zijn en dat we in een fysieke wereld leven. Maar ik zou een ieder die deze terechte vraag stelt, willen vragen de lichamelijke mens en zijn omgeving te beschouwen als een tijdelijk besef van het leven, een veronderstelling waarin verbetering gebracht kan worden. Waarom? Omdat we gaan zien dat onze levens eenvoudigweg de objectivering zijn van ons denken. Beter denken leidt onvermijdelijk tot een beter leven en tot grotere levensvervulling. Waaruit bestaat beter denken? Uit het zien van het leven en de mens in termen van goddelijke of geestelijke identiteit, in termen van God-gelijke of geestelijke eigenschappen, in plaats van als een mengeling van lichamelijke eigenschappen en onvolmaaktheden. Uiterlijke schijn geeft niet de mens weer. We moeten “letten op de volmaakte mens”, ons bewust worden van de geestelijke volmaaktheid van de mens als Gods uitdrukking.

Geen opmerkingen: