dinsdag 2 december 2014

Mozes

Zijn ouders waren Hebreeërs en door bepaalde omstandigheden werd hij opgevoed aan het hof van Farao. Toen Mozes een man geworden was, werd zijn probleem wat zijn identiteit werkelijk was steeds groter. Hij vroeg waarschijnlijk hetzelfde af als zovelen onder ons doen, nl. “Wie ben ik eigenlijk?” In zijn wanhopig zoeken naar een antwoord reageerde hij met zo’n heftig geweld op een onrechtvaardigheid, dat hij moest vluchten in de woestijn en hij werd herder. Maar de vraag naar zjin identiteit liet hem niet los. Terwijl hij bezig was een brandende braambos in het bergachtige woestijngebied nader te onderzoeken, werd hem iets groots geopenbaard. Hij hoorde God de volgende belangrijke woorden spreken: “IK BEN DIE IK BEN” (Ex.3:14). Op dat moment begon Mozes in te zien dat God, Geest, het enige Ego is, de bron van alle identiteit. En dat de mens de uitdrukking is van dit goddelijk Ego. Mozes begreep dat God zijn enige Ego was, en dat betekende een keerpunt in zijn leven. Letterlijk gesproken “vond” hij zichzelf toen hem duidelijk werd dat de mens het beeld en de gelijkenis van God is. Onder Gods leiding was Mozes in staat de kinderen Israëls uit gevangenschap en onderwerping te leiden naar het beloofde land. Let even goed op deze volgorde: de ontdekking dat God het enige Ego is; de ontdekking dat de identiteit van de mens de uitdrukking is van dit goddelijk Ego, en hoe dit leidt tot vrijheid uit onderwerping en gevangenschap en voert naar het beloofde land.

Geen opmerkingen: