vrijdag 14 november 2014

Vrucht

Sedert mensenheugenis is vrijheid het hoge doel geweest, waarnaar elk menselijk wezen streefde. Vrijheid is niet in uiterlijke dingen gelegen, zij is binnen in de mens. Vrijheid ligt binnen het bereik van ieder mensenkind, dat werkelijk bereid is vrij te zijn.
In zijn eerste zendbrief aan Timotheus schreef Paulus: “Strijd de goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt.”

Deze ‘goede strijd des geloofs” is de strijd om ons geloof in God en in de mens, als Gods idee ongeschonden en zuiver te bewaren. Dit geloof omvat het eeuwige Leven, of Waarheid. Het is de vrijheid om het goede te kennen. Het verlangen naar vrijheid, dat in het menselijk hart woont, is goedbeschouwd het verlangen om goed te zijn, de begeerte datgene in ons leven tot uiting brengen, wat wij in werkelijkheid zijn, en bevrijd te worden van alles wat aan de volheid van het zijn in de weg staat. Zelf-mesmerisme is het enige wat in de weg staat aan een volkomen verwezenlijking van de ons door God geschonken vrijheid.

Het zijn is vrijheid, eeuwig en begerenswaardig. Gehoorzaamheid aan de Waarheid is de weg tot vrijheid. Gehoorzaamheid is niet een beperkende eigenschap, die sommige wegen van ons denken en handelen afsluit. Gehoorzaamheid is een eigenschap, die alle wegen voor ons ontsluit, alle juiste paden naar geluk en welslagen voor ons open stelt. Gehoorzaamheid is God alles voor ons te laten zijn. Vrijheid is de vrucht van het begrijpen van God.

Geen opmerkingen: