donderdag 16 oktober 2014

Bidt

Jezus leerde zijn discipelen bidden. Hij zei (Matth. 21:22): “Al wat gij zult begeren in ‘t gebed, gelovende, zult gij ontvangen.” In Wetenschap en Gezondheid lezen wij: “Onuitgesproken gedachten zijn aan het goddelijk Gemoed niet onbekend. Verlangen is gebed en wij kunnen niets verliezen door onze verlangens aan God toe te vertrouwen, opdat zij gevormd en gelouterd mogen worden, voordat zij in woorden en daden worden omgezet.” Deze bezielende passage komt voor op de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk, getiteld “Gebed.”
In de Bergrede heeft Christus Jezus gezegd (Matth. 6:6): “Wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader Die in ‘t verborgen is; en uw Vader Die in ‘t verborgen ziet, zal het u in ‘t openbaar vergelden.” Wanneer wij leren wat God is en begrijpen, dat de mens naar Gods beeld het wezen van God, het goddelijk Gemoed, tot uitdrukking brengt, kunnen wij dan niet ten volle verwachten, dat onze gebeden verhoord zullen worden? Christus Jezus kende de waarde van het gebed en hij bad zonder ophouden. Zijn verheven kalmte en gemoedsrust vonden niet haar oorsprong in enige uiterlijke omstandigheid, maar in innerlijke bronnen.
Al de wereldproblemen kunnen door rechtvaardig gebed worden opgelost. Maar alleen naarmate wij het wezen Gods tot uitdrukking brengen in toenemende wijsheid, barmhartigheid en goedertierenheid, kan worden gezegd, dat wij juist hebben leren bidden. De weg is ons gewezen. Wij moeten het onze doen.

Geen opmerkingen: