donderdag 26 juni 2014

Geloof in twee goden

Een geloof in twee goden of machten en twee scheppingen moet een einde nemen. Waar ligt de grens? Hier volgt een gedicht dat het allemaal in een notendop weergeeft:

“Zeg, waar vereenzelvig jij je mee,
met de mens uit Genesis één, of Genesis twee?
De waarheid kan niet in beide staan;
Je neemt of de een of de andere aan.
In vers zesentwintig hoofdstuk één is het Geest
die de mens naar zijn gelijkenis geschapen heeft.
De mens uit hoofdstuk twee, geschapen uit het stof der aarde
Verliest zijn hoop in de hemel en zijn waarde.
Je hebt de keuze uit je ene of je andere jij,
de geestelijke of de sterfelijke, maar niet allebei.
Waar het in feite op neerkomt is wat je aanvaardt
Als beeld van jezelf, als je ware aard.
Komt dat beeld overeen met Genesis één, is het goed
En ben je het gezegend kind van het ene Gemoed.
Maar zeg je ik ben uit de stof ontstaan of uit Adam’s zij
Dan ben je tot niets gereduceerd zoals Einstein zei.
Maar dat je bestaat - daarop zeg je geen nee -
Ze is bewijs van je afkomst uit één, niet uit twee.
Zo aanvaard dan met vreugde je werk’lijke wezen
dat goed is en geestelijk. En God zij geprezen!”

Geen opmerkingen: