donderdag 24 april 2014

Onbegrensde aard

In Jesus’ gelijkenis wekte het welkom dat de Vader zijn weergekeerde verloren zoon gaf woede en verbittering bij de oudste broer. Hij had het gevoel dat het zijn goed recht was verontwaardigd te zijn over het welkom dat zijn thuisgekomen verkwistende broer ten deel viel. Maar ook voor hem was het nodig zich te onderwerpen aan de invloed van de goddelijke Liefde met haar onbegrensde vrijgevigheid en vergevingsgezindheid. De laatste woorden van de vader in deze gelijkenis: “Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is het uwe", (Luk 15:31)  brengen de onbegrensde aard van Gods liefde en genade duidelijk aan het licht, een liefde die niet alleen de meer in het oog lopende vleselijke zonden, maar ook de meer verborgen eigengerichtigheid  kan genezen. In Wetenschap en Gezondheid schrijft Mrs. Eddy: “Stervelingen moeten tot God worden aangetrokken, hun gevoelens en oogmerken moeten geestelijker worden - zij moeten tot steeds ruimere opvattingen van het zijn komen en enig begrip van het oneindige verwerven - willen zonde en sterfelijkheid afgelegd worden” Wetenschap en Gezondheid blz. 265.

Geen opmerkingen: