dinsdag 12 november 2013

Opeisen door te bewijzen

Jezus was zich altijd bewust van zijn geestelijke staat als de Christus - “koninklijke weerspiegeling van het oneindige” (Wetenschap en Gezondheid, blz. 313), die kon zeggen: “Eer Abraham was ben ik” (Joh 8:58) - was hij tevens onze Wegbereider op aarde. Hij moedigt ons aan ons zoonschap met de Vader op te eisen. Paulus zegt dat wij het moeten opeisen als “erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus” (Rom. 8:17). Om dit goddelijk zoonschap te bewijzen, was gehoorzaamheid aan de wet een eerste vereiste - de onverbiddelijke eis God met heel ons verstand en onze hele ziel lief te hebben - en onze naaste als onszelf. Waar we ook zijn, als wij ons wenden tot God als onze Vader-Moeder, de goddelijke Liefde, geeft ons dit het gevoel van vrede, veiligheid en rust dat in al onze behoeften zal voorzien; want welke goede vader of moeder zou de behoeften van zijn kinderen over het hoofd zien, of hen pijn laten lijden als hij dit kan voorkomen? Hoe meer wij de wet om  “de Heere uw God lief te hebben” gehoorzamen, des te meer zal deze liefde voor God groeien. Net als alle menselijke ouders dankbaar zijn voor al het goede dat voor het kind gedaan wordt door een ander, evenzo is het duidelijk dat wij het beste kunnen groeien in onze liefde voor God door te groeien in onze liefde voor de mens. Johannes zegt zelfs: “indien wij elkander liefhebben, zo blijft God in ons” (1Joh. 4:12). God lief te hebben vergt een grondig aftasten van onze houding tegenover onze medemens en stelt hoge eisen.

Geen opmerkingen: