vrijdag 25 oktober 2013

Verder zien

Wat gewoonlijk wordt bedoeld met stoffelijk denken, wordt door Paulus het “bedenken van het vlees” (Rom.8:7) genoemd, terwijl Mrs. Eddy dan over het “sterfelijk gemoed” (Wetenschap en Gezondheid blz. 311) spreekt. Dit zogenaamde gemoed is echter geenszins de bron van intelligentie. Dit gemoed brengt tot uitdrukking de indruk die de stoffelijke zinnen erop achterlaten. Het kan slechts ”weten” wat de stoffelijke zinnen vermelden. Omdat deze indrukken of meldingen zich steeds herhalen, worden ze al spoedig beschouwd als een soort wet die de mens bestuurt. We weten echter allen dat de stoffelijke zinnen onbetrouwbaar zijn. Omdat de stof veranderlijk, onstabiel en vernietigbaar is, kan zij niet de oorsprong van wetten zijn. De bron van echte wetten moet onveranderlijk, eeuwig en volmaakt zijn. Hetgeen door de fysieke zin doorgaans als een stoffelijke wet wordt beschouwd, is eigenlijk alleen maar een heersende theorie of mening. Alleen de goddelijke, onveranderlijke wet van God heeft recht op de naam wet. Wanneer “dat gevoelen  . . .  dat ook in Christus Jezus was” in ons is, beginnen we verder te zien dan het uiterlijke beeld dat ons getoond wordt door het vleselijke of sterfelijke, zogenaamde gemoed. We gaan zien dat de valse wetten slechts tijdelijke theorieën zijn. We ontdekken dat ons leven in werkelijkheid wordt bestuurd door de goddelijke orde, niet gebonden aan een erfelijk karakter, niet beperkt door leeftijd of geslacht, niet begrensd door plaats, opleiding of economische omstandigheden. Het staat ons vrij ons ware bestaan te onderkennen, onze mogelijkheden te beseffen en ons doel te bereiken. We beginnen te zien dat harmonie zich in ons leven herstelt en ervaren geborgenheid die het gevolg is van vertrouwen op de goddelijke orde.

Geen opmerkingen: