zondag 8 september 2013

Gezien

Als we aan onze samenleving denken als bestaande uit miljoenen kleine ikjes die in sterfelijke lichamen rondlopen, allemaal met egoïstische interesses en tegenstrijdige verlangens, dan begrijpen we waarom de samenleving chaotisch is en soms als los zand aan elkaar hangt. Maar als we ons realiseren dat er slechts één goddelijk Ego is dat zichzelf uitdrukt in oneindige individualiteit, dan zien we dat er een basis is voor harmonie, dat we onze naaste kunnen liefhebben als onszelf, en vrede kunnen ervaren in onze samenleving. Als u zich bijvoorbeeld geroepen voelt iets vriendelijks te doen, iets onzelfzuchtigs, waar denkt u dan dat het motief vandaan komt? Het is zonder twijfel God, die tot u spreekt. Het is de enige oorzaak, het ene Ego, dat werkzaam is. Op een keer toen Jezus met Filippus aan het praten was, zei Filippus tegen hem: “Heere, toon ons de Vader, en het is ons genoeg.” En Jezus antwoordde: “Ben ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij mij niet gekend, Filippus? Wie mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien. “ (Joh.14:8,9). Het goddelijk Ego was zo duidelijk zichtbaar in het leven van Jezus - de goddelijke Liefde sprak zo duidelijk uit zijn genezingswerk en in de omgang met z’n medemensen, dat hij zeggen kon: “Wie mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.” Hoe staat het nu met ons? Is in ons leven het goddelijk Ego duidelijk te onderscheiden? Is de goddelijke Liefde aanwijsbaar in onze daden, in onze verhouding met anderen, zodat we net als Jezus kunnen zeggen: “Wie mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.”?

Geen opmerkingen: