donderdag 29 augustus 2013

Mentale baksteen

Als iemand mij een baksteen aanbood en tegen mij zei dat ik die overal mee moest slepen en hem altijd bij me moest houden, zou ik het dan doen? Nee natuurlijk.  Ik zou hem niet aannemen. Waarom zou ik geen zin hebben die steen mee te dragen? Omdat hij geen deel uitmaakt van mezelf. Het zou een last zijn, ik zou er niet door kunnen opschieten en ik zou er in alles wat ik deed door gehinderd worden. Als iemand me nu eens een mentale baksteen aanbood, die haat heette, en als me verteld werd dat ik daarmee altijd rond moest lopen en die nooit loslaten, zou ik dat dan doen? Nee natuurlijk! Waarom zou ik er geen zin in hebben? Omdat hij geen deel uitmaakt van mezelf, het zou een last zijn, ik zou er in alles door gehinderd worden. Hoe staat het met anderen? Geloof ik dat haat wel deel uitmaakt van hun wezen? Denk ik dat de goddelijke Liefde alleen maar daar is waar ik ben, maar toevallig niet waar zij zijn? Wees doordrongen van de goddelijke Waarheid dat God het oneindige alomtegenwoordige goede is. Door gedachten te veranderen, van stof naar geest,  van de stoffelijke schijn naar het geestelijke zijn, veranderen de omstandigheden ten goede. We hebben nooit te maken met menselijke omstandigheden, maar alleen met de verkeerde  gedachte dat er menselijke omstandigheden zijn; alleen met de verkeerde gedachte dat er iets bestaat wat ongelijk is aan God en buiten God ligt.

Geen opmerkingen: