dinsdag 25 juni 2013

Basis

Jezus gaf eens de volgende verklaring van zijn genezend werk: “Voorwaar, voorwaar zeg ik u, de Zoon kan niets van zichzelf doen, tenzij hij den Vader dat ziet doen; want zo wat die doet, dat doet ook de Zoon desgelijks.” (Joh. 5:19) Zo’n standpunt cijfert het zelf helemaal weg, omdat het in de mens geen activiteit of macht erkent die niet van God uitgaat. Maar het is tezelfdertijd zelfbevestigend, want het erkent dat de mens door het goddelijk zoonschap alles doet wat hij de Vader ziet doen.  De kwalitatieve waarde van Jezus’ leven en heel zijn genezende werk waren gevestigd op de basis: zien wat de Vader doet en hetzelfde doen. Geen enkel mens heeft ooit een kwaal genezen en zal dat ook nooit doen. Maar ieder mens die zijn eigen goddelijk zoonschap opeist, kan zien wat God doet. Het is geen menselijk wijze van werken. God verandert de toestand niet, beweegt niet mensen en dingen her en der alsof het heelal een groot schaakbord is. Gods werk is geestelijke ideeën te laten verschijnen in het voorportaal van ons denken. Gelijkerwijs doen betekent geestelijke ideeën weerspiegelen, bewijzen geven van het ware zijn, volmaakt en eeuwig in God, Geest. De macht van een geestelijk idee is dat het de veronderstelde dwalingen, die zich voordoen als disharmonische toestanden, omkeert en de volmaaktheid en harmonie van het ware zijn openbaart.

Geen opmerkingen: