zondag 12 mei 2013

Autoriteit

Het leven van de mens ontspringt direct aan God, even direct als de rivier aan zijn bron. Als we het leven op die manier beginnen te zien, zullen we merken dat we niet meer hoeven te vechten om tegen de stroom op te zwemmen naar het goede, maar dat we kunnen beginnen uit te kijken vanuit onze goddelijke bron, vanuit onze eenheid daarmee. En dan voelen we hoe we door de volle kracht ervan worden meegedragen. Kunnen wij dit werkelijk zeggen? Is dat wel eerlijk, terwijl wij zo sterfelijk lijken, zo stoffelijk, zo tijdelijk, zo genetisch geprogrammeerd? Laten we het anders stellen? Stroomt het zonlicht uit van de zon? Stroomt een rivier vanaf haar bron? En ontspringt geestelijke individualiteit van de mens als directe uitdrukking van God, van goddelijk Leven, soms niet aan zijn goddelijke bron, aan zijn eenheid daarmee, zijn bewuste begrip ervan? Ja, natuurlijk! Jezus begreep dit heel goed. Het vormde de basis van zijn grootse levenswerk. Hij kon met autoriteit zeggen: “Hoewel ik van mijzelf getuig, zo is nochtans mijn getuigenis waarachtig; want ik weet van waar ik gekomen ben en waar ik heenga” (Joh.8:14). Waar was hij zo zeker van? Waar was hij vandaan gekomen? In het antwoord op die vraag ligt de reden van de enorme invloed die het leven van Jezus van Nazareth op de wereld heeft gehad. Als hij had geloofd dat hij alleen maar was wat hij scheen te zijn - een sterfelijk mens - had hij nooit zijn grootse werken kunnen volbrengen. Maar terwijl Jezus op aarde wandelde als de zoon van Maria, wist hij dat hij de Christus was, de Zoon van God.

Geen opmerkingen: