donderdag 18 april 2013

Taal

Goddelijke ideeën, die van oorsprong en substantie in Geest zijn, moeten aan degenen, die geloven, dat zij in een stoffelijk heelal verblijven, wel in menselijke taal worden uitgelegd. Door het licht dat, door de vertolking van het goddelijk Beginsel op de schepping valt, wordt duidelijk dat er niet twee werelden bestaan, de een stoffelijk en de ander geestelijk. Daar het goddelijk Beginsel oneindig en eeuwig is, is zijn heelal oneindig en eeuwig. Dit laat geen plaats over voor een ander heelal, geen tijd, waarin dit zou kunnen bestaan, omdat het oneindige alle ruimte inneemt en het eeuwige ononderbroken voortduring betekent. De enige manier, om de schijn van een stoffelijk, eindig, voorbijgaand heelal te verklaren, is dit te classificeren als een verkeerd begrip omtrent het geestelijk en werkelijk heelal. Als wij het feit aanvaarden, dat er slecht één heelal is, volgt hieruit onvermijdelijk, dat wij elke uitlegging moeten herzien, die gebaseerd is op de veronderstelling van twee werelden. Het geestelijke kan niet werkelijk aan het stoffelijke, het goddelijke niet aan het menselijke worden uitgelegd. Wij moeten weten, dat het vermogen om de dingen te verklaren deel uitmaakt van de Christusmacht, zoals die werd onderwezen door de Nazarener, en wetenschappelijk is uitgelegd in Christian Science.

Geen opmerkingen: