woensdag 20 maart 2013

Prediker

De natuur is een welsprekend prediker, die meer in daden dan  in woorden wordt gehoord. Benjamin Franklin heeft eens geschreven: “Niemand is een beter prediker dan de mier, en zij zegt niets.” Maar wat zeggen we over de vernielende krachten van de natuur? Maken zij deel uit van de weerspiegelde intelligentie van het goddelijk Gemoed? Hoe is de  leer van de recht van de sterkste te rijmen met de weldadige invloed van de goddelijke Liefde? Waarom brengen de zogenaamde natuurkrachten verwoesting en vernieling? Deze vragen worden in Christian Science afdoende beantwoord. Op blz. 78 van Wetenschap en Gezondheid schrijft Mrs. Eddy: “De verwelkende bloem, de kwijnende knop, de knoestige eik en het verscheurende dier zijn - evenals de disharmoniën van zonde, ziekte en dood - onnatuurlijk. Het zijn de leugens der zinnen, de wisselende afwijkingen van het sterfelijk gemoed; het zijn niet de eeuwige werkelijkheden van Gemoed.” Hoeveel nemen wij aan omtrent de natuur, dat geen grondslag in Waarheid heeft? Het geestelijk heelal, dat door God, Geest, is geschapen, sluit geen verscheurend of vernielend element in zich. Aanvaarden wij deze stelling als een fundamenteel feit? Jesaja schilderde het duizendjarig rijk als een staat van vriendschap en vrede: “De wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij de geitebok neerliggen, en het kalf en de jonge leeuw en het mestvee te samen, en een klein jongetje zal ze drijven” (Jes. 11:6). Indien het sterfelijk gemoed dreigt met de vernieling van een oogst, of met de ziekte van prachtige bloesems, of met de nadering van een vernielende orkaan, moeten wij dan met de handen in de schoot zitten en met die voorschriften instemmen? Is het niet wetenschappelijker en verstandiger deze kwade suggesties met dezelfde kracht te verwerpen, waarmee men een epidemie van lichamelijk ziekte zou ontkennen. Hebben wij niet het gezag van de meester Christen, Christus Jezus, om de storm te stillen? Mogen wij niet, evenals hij, begrijpen, dat we in werkelijkheid in een heelal van Geest leven, waar geen leegte van de stoffelijke zin het volmaakte evenwicht van het goddelijk Beginsel - Liefde - kan verbreken, verplaatsen of verstoren?

Geen opmerkingen: