woensdag 20 februari 2013

Inzicht

Het inzicht dat God het Gemoed van de mens is, en dat er maar één Gemoed is, namelijk het oneindig goede, maakt alle verschil in onze manier van denken. Het maakt tevens een verschil in wat we ondervinden en de manier waarop we het ondervinden. We merken dat als wij het ene Gemoed gaan erkennen als ons eigen bewustzijn en dat bevestigen, wij de gedachten van dat Gemoed gaan denken en het gemakkelijker gaan vinden om gedachten van kwaad en disharmonie als onwaar te verwerpen. Het kwaad is niet werkelijk een macht, maar het is de veronderstelde afwezigheid van het goede. Naarmate wij God gaan erkennen als de enige macht en Zijn wet ‘Ik ben alles’ onderschrijven, houden wij een bewustzijn in stand dat onschuldig is aan het kwaad. Wij merken dan dat wij niet alleen onszelf kunnen bevrijden van ongewenste gewoontes, maar dat wij tevens agressieve situaties kunnen ontwapenen. Het vestigen van rust en orde vindt niet ‘daarginds’ plaats, maar eerder ‘hierbinnen’ in onszelf. Er is niets dat buiten het bewustzijn plaatsvindt. Bewustzijn ligt ten grondslag aan alles wat wij ervaren. Wanneer wij overal om ons heen blijken van het kwaad waarnemen, negeren wij die niet. Evenmin vrezen wij die. Maar het begrijpen dat wat we waarnemen onecht is omdat het niet de uitdrukking is van God, verandert ons in mentale en geestelijke activisten, die geheel en al aan de kant staan van Waarheid en het goede. Dat geeft ons een werkelijke grondslag om met succes op te treden tegen wetteloosheid.

Geen opmerkingen: