vrijdag 31 augustus 2012

Engelenboodschap

Een leerling Scientist werd na het heengaan van een geliefde plotseling overstelpt met een  loodzwaar en schijnbaar onoverkomelijk gevoel van lijden. Na een tijdje kreeg zij een engelenboodschap via de woorden van het gedicht ‘Avondmaalgezang’ door Mary Baker Eddy (Poems blz. 75): “Lijder zij noodt u: ,Kom aan mijn boezem, Liefde droogt zacht iedere traan’ ” En naarmate de geestelijke betekenis van deze regels in haar gedachte duidelijk werd, werd haar hart vervuld met een vredig en heerlijk besef van de tederheid van onze Vader-Moeder, God. Omdat ze wist dat Gods boodschap volledig was, begon ze de verdere regels van het couplet te overdenken. “ ‘ Zij doet alle neev’len vlien, Doet den vollen glans u zien, ener vreugde die nooit zal vergaan’ “. Op dat ogenblik begreep zij, dat hij die haar lief was, door dezelfde tederheid omringd was, die ook door haar werd ondervonden en dat er voor Gods kinderen geen “neev’len” konden zijn in de stralende alomtegenwoordigheid van Zijn liefde, in “den vollen glans . . . ener vreugde die nooit zal vergaan”. Toen dit haar volkomen duidelijk werd, was haar gevoel van smart en van gescheiden te zijn geheel en al verdwenen.

Geen opmerkingen: