donderdag 14 juni 2012

Heerschappij


De mens, die naar het beeld ven de gelijkenis van God is geschapen, heeft heerschappij. Om de door God geschonken heerschappij te kunnen uitoefenen, moet iedereen voor zichzelf ontdekken, dat hij geestelijk is; dat hij daarom niet afhankelijk is van de stof en van de door de stof ingestelde toestanden, zoals schommelende economie, ouderdom, angst, gebrek, vergissingen, enz. Het sterfelijk gemoed is geneigd tot argumenteren; het argumenteert met zichzelf en in het belang van zichzelf. Maar in werkelijkheid is er, gezien in het licht van Gods alheid, - de oneindigheid van het goddelijk Gemoed - geen sterfelijk gemoed, dat kan argumenteren of waarmee geargumenteerd kan worden, dat kan geloven of waaraan geloofd moet worden, dat kan verleiden of verleid kan worden, dat kan genieten of lijden, hypnotiseren of onder hypnose gebracht worden, dat kan leven of sterven. De mens brengt heerschappij, intelligentie tot uitdrukking. God is zijn Gemoed. De waakzame Christian Scientist erkent deze waarheden en ziet in, dat zij niet alleen voor hem waar zijn, maar ook voor zijn medemens.

Geen opmerkingen: