donderdag 24 mei 2012

Binnen de Liefde

"Vader, ik dank U dat Gij mij gehoord hebt. Doch ik wist dat Gij mij altijd hoort” zei Christus Jezus. Niets in de gezegden van Jezus is van meer blijvende betekenis dan de natuurlijkheid en onveranderlijkheid van zijn verwantschap met God. Om het goddelijke te bereiken was er voor hem geen belemmering en was er nooit aarzeling of stelde hij voorwaarden. Hij was zich bewust van de tegenwoordigheid van God en kende geen andere zelfheid. In deze zelf-bewuste gemeenschap met God dacht hij niet aan het verleden en keek ook niet vooruit naar de toekomst. Het was het nu van het geestelijk zijn, nadrukkelijk uitgesproken in het Evangelie van Johannes: “Gelijk de Vader mij kent, alzo ken ik ook de Vader.” Slechts door het benutten van het gebed kunnen de mensen leren de gemeenschap met God voortdurend in praktijk te brengen. In die ogenblikken van strijd, wanneer mensen twijfels voelen of zij voldoende moed kunnen opbrengen, en of het sterfelijke niet sterker zal blijken dan het geestelijke dan herinnert Mrs. Eddy ons eraan dat het gebed nooit buiten maar steeds binnen de Liefde is, die het aanhoort en beantwoordt, omdat datgene wat geeft en datgene wat ontvangt, één zijn. In Neen en Ja blz. 39 schrijft zij: “Het ware bidden is niet God om liefde vragen; het is leren lief te hebben en het gehele mensdom in één genegenheid te omvatten. Het gebed is het benutten van de liefde, waarmede Hij ons liefheeft.”

Geen opmerkingen: