maandag 26 maart 2012

Zalig zijt gij


De lessen die uit de zaligsprekingen getrokken kunnen worden, gaan vaak ver boven het begrip van wat ‘de natuurlijke mens’ genoemd wordt - de mens die zich door zelfzucht en menselijke instincten laat leiden. Voor velen was de wet, die zegt: “Gij zult niet” de eerste aanleiding tot verbetering en helder inzicht.  Paulus legde  in zijn brief aan de Galatiers uit, dat “de wet” niet een beter leven voortbracht; alhoewel zij hem die het verkeerde doet, daarvan terug zal houden, brengt zij geen gerechtigheid voort. Misschien dringt “de wet” op minder vriendelijke wijze aan op verbetering, maar zij, die door gehoorzaamheid aan de leer van Christus leren, hoe zij zich gedragen moeten, hebben geen inmenging van “de wet” te vrezen. Aan hen, die gehoorzaam zijn, legt zij geen beperking op. Jezus leidde een nieuw inzicht in, waardoor iemand aan onrechtvaardige boetedoening kon ontkomen, vijandschap kon overwinnen en leven en vreugde kan laten bloeien. Het motto: “Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten” was onvolmaakt. Het bevel van de Meester luidde: “Ik zeg u, hebt uw vijanden lief.” Veel van de lessen van de Meester werden in de vorm van zaligsprekingen gegeven. Er is groot verschil tussen de wet, die kennis draagt van kwade gewoonten en die zegt: “Gij zult niet” en de woorden in de Bergrede “Zalig zijt gij.” Jezus leerde ‘heb lief, zegen, doe wel.’ En “Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is.”

Geen opmerkingen: