donderdag 1 maart 2012

Job

Het Bijbelverhaal van Job beschrijft vele van de moeilijkheden, problemen en beproevingen waarmee de mensheid ook nu nog schijnt te kampen. Al zijn kwellingen in de stof (veroorzaakt door zijn geloof aan het goede èn het kwade als een tweevoudigheid, zijn vrees dat het kwaad evenveel of zelfs meer macht dan God zou bezitten, zijn begrip van een persoon in een lichaam) belemmerden hem in zijn geestelijke groei en zijn genezing. Hij was gedwongen buiten zichzelf, buiten dit bedrieglijk gevoel van zichzelf, naar hulp uit te kijken en God te zoeken. Hij bad nu niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn vrienden. Hij probeerde nu te geven, trachtte gelijk God te zijn. Job bad tot God: “Ik weet dat Gij alles vermoogt en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden.” Job begon zijn ware zelfheid in de gelijkenis van God te ontdekken. Als gevolg van Jobs besef van de juiste betekenis van het Leven en substantie was zijn gezondheid hersteld, werden zijn bezittingen verdubbeld en werd hij met een gezin en vele vrienden gezegend. Het goddelijk Gemoed dat in en door zichzelf bestaat, zichzelf onderhoudt, zichzelf in alle eeuwigheid in stand houdt, is het grote reservoir, waaruit de gedachten stromen, die ons bezielen, versterken, bemoedigen en leven geven; en die onafscheidelijk met de goddelijke bron van het Leven, als de uitdrukking van geestelijke kracht en macht, zijn verbonden. Deze gedachten vormen de weg van leven, vrede en geestelijke ontwikkeling.

Geen opmerkingen: