zaterdag 31 maart 2012

Het goede


Wanneer we proberen stoffelijke voorziening en rijkdommen te vergaren, doen wij dan niet wat de verloren zoon deed en dwalen ook wij niet in een ‘vergelegen land” van stoffelijkheid? Wij moeten gaan zien dat wat wij als kind van Vader-Moeder God, ooit hebben bezeten in de veilige hoede is van het ene Gemoed. En dat wij het blijde gevoel van bezit, kunnen hebben door onafgebroken er naar te streven in het huis des Heeren te verblijven, in het bewustzijn van goddelijke Liefde en ons recht te doen gelden op die dingen, die voor altijd de mens, Gods gelijkenis, geschonken zijn. Ook moeten wij het kleed van juist denken dragen, wij moeten onze ring van machthebbende en onze schoenen, die vrijheid van gebondenheid aan de dwaling betekenen, dragen, wetende dat er niets te vrezen is, omdat wij in de tegenwoordigheid van goddelijke Liefde op vaste grond staan. Wij moeten de belofte “Al het mijne is het uwe” inzien en in vervulling zien gaan, wanneer wij aan de voorwaarden voldoen, die uitgelegd worden in de woorden die de vader tegen de oudere broer sprak: “Gij zijt altijd bij mij.” Door bewust te zijn van onze liefdevolle Vader-Moeder, kunnen wij niets van “het goede” ontberen. Dit weerspiegelend, is alles wat de Vader heeft, het onze, om dit te delen met onze broeder.

Geen opmerkingen: