woensdag 21 maart 2012

Goddelijke orde


Op blz. 470 en 471 van Wetenschap en Gezondheid zegt Ms. Eddy: “De betrekking tussen God en de mens, tussen het goddelijk Beginsel en de goddelijke idee, zijn in de wetenschap onverbrekelijk; en de Wetenschap kent geen afdwaling van, of terugkeer tot harmonie, maar leert, dat de goddelijke orde of geestelijke wet, waarin God en alles wat Hij schept volmaakt en eeuwig zijn, in haar eeuwige geschiedenis onveranderd is gebleven.” Niets is overgelaten aan het toeval bij het bestuur van de werkelijke mens en het geestelijk heelal, omdat deze de volmaaktheid en harmonie van het goddelijk Beginsel weerspiegelen. Niets in Gods koninkrijk is onderworpen aan onzekerheid of veranderlijkheid. Alles beweegt zich met absolute juistheid en stiptheid. Het lijkt echter alsof er in de menselijke levensomstandigheden veel onordelijkheid, veel onzekerheid is, veel dat onderhevig is aan verandering, veel dat van toeval afhangt en disharmonisch is. De ongelukkige ervaringen van de zogenaamde stoffelijke mens is echter te wijten aan de schijnbare afwezigheid van de goddelijke orde en de geestelijke wet. Het geloof dat er een stoffelijke wereld buiten de gezichtskring van het Beginsel, een stoffelijke mens bestaat die onderworpen is aan disharmonie en slachtoffer is van wanorde - is niet waar. De enige mens die naar waarheid bestaat, is altijd de volmaakte, intelligente uitdrukking, beeltenis of idee geweest van God, die bewust alle hoedanigheden laat zien van Gemoed, Geest, Beginsel, met inbegrip van absolute wet en orde.

Geen opmerkingen: