zondag 25 maart 2012

Dingen des Vaders

Jezus is zijn leven lang in de dingen (de zaken) van zijn Vader geweest, door naar de stem van God te luisteren, Zijn voorschriften te gehoorzamen en Zijn wil te volbrengen. Hij wist, dat alle macht aan God toebehoort, dat Hij voor zijn schepping zorg draagt en dat er in Zijn schepping nooit strijd of moeilijkheden zijn kunnen, omdat het ééne Gemoed het heelal bestuurt. Elk van Gods ideeën vervult haar juiste plaats in Gemoed, en wordt in stand gehouden en van al het nodige voorzien door “de alwetende, alziende, alwerkende, alwijze, alliefhebbende en eeuwige (Wetenschap en Gezondheid blz. 587). Wat volgde uit het feit dat Jezus in de dingen des Vaders was? Eén van de gevolgen was, dat hij zijn belastinggeld uit de mond van een vis verkreeg. Hij was in staat de vijf duizend te voeden met vijf broden en twee vissen en toen allen gegeten hadden werden van de overgeschoten brokken twaalf korven gevuld. Dit was een deel van de winst, het voordeel door Jezus uit zijn ‘zaken’ verkregen door in de dingen des Vaders te zijn, want God is altijd dezelfde en al Zijn kinderen zijn even lief aan Hem, die Alles-in-allen is. In de gelijkenis van de verloren zoon verlangde de zoon een “deel” voor zich alleen en door dit verzoek veroordeelde hij zichzelf tot het eindige en bijgevolg tot stoffelijkheid, want het oneindige kan niet in delen verdeeld worden. Geestelijke dingen zijn universeel en kunnen nooit het eigendom zijn van één mens en anderen daarvan uitsluiten. In Terugblik en Inblik blz. 57 zegt Mary Baker Eddy: “Alles moet van God zijn, en niet van onszelf, afgescheiden van Hem.”

Geen opmerkingen: