woensdag 29 februari 2012

Troosten


In het zinnebeeldige verhaal van de Hof van Eden wordt gezegd, dat Adam en Eva zich schuilhielden vanwege hun naaktheid. Toen zei de Heere God tot hen: “Wie heeft u te kennen gegeven dat gij naakt zijt?” Wie of wat vertelt aan stervelingen, dat ziekte, zonde en dood werkelijk zijn? Het is de sterfelijke zin die de leugenaar is en ons zegt dat de kinderen van God van Hem verlaten en gescheiden zijn. In Psalm 23 schildert de dichter de mens, niet als verblijvende in de schaduw des doods, maar er zegevierend door heen wandelende. In Jesaja 51:3 vinden we de krachtige en blijde belofte die als een verfrissende regen op een verdorde aarde neerdaalt: “De Heere zal Sion troosten, Hij zal troosten al haar woeste plaatsen . . . vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden, dankzegging en een stem van gezang.” Wat een mooi woord is “troosten”, vooral in verband met de synoniemen: bemoedigen, steunen, opbeuren, wat ons aan versterking doet denken en ons een glimp geven van het feit dat de ware trooster ons niet alleen troost en vrede, maar ook versterking zal brengen. Mrs. Eddy zegt in Miscellany blz. 296: “Het kwaad . . . [heeft] geen macht om de ware, geestelijke mens te benadelen, het hem moeilijk te maken of hem te niet te doen.” En zoals Jesaja met kinderlijk vertrouwen de mensen troost en steun gaf door zich van de stof af en naar de Geest toe te keren, zullen tallozen in alle eeuwen eveneens gezegend en gesterkt worden.

Geen opmerkingen: