zaterdag 7 januari 2012

Geopende deur


De sterfelijke mens, die het leven ziet zoals het getuigenis van de stoffelijke zin aangeeft (in duisternis beginnend en eindigend, omringd door beperkingen en gevaren, onderworpen aan het toeval en ten offer vallend aan ziekte), heeft weinig begrepen van de geestelijke verzekering in de Openbaring: “Zie, ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten.” Het was deze deur die Jezus voor ons allen geopend heeft, toen hij demonstreerde, dat sterfelijk geloof niet de macht had om de wetten van geestelijke kennis buiten werking te zetten. “Hoog boven de zogenaamde wetten van de stof opent het verheven Christendom een deur, die niemand sluiten kan; zij wijst alle volken de weg om aan zonde, ziekte en dood te ontkomen”, schrijft Mrs. Eddy in Christian Science versus Pantheism, (blz. 12). Vanuit dit hoge standpunt van geestelijk weten heeft Jezus zijn blijde boodschap van een onafgebroken voortbestaan aan het mensdom gebracht. Nooit is hij afgedaald tot een, al was het tijdelijk aanvaarden van de bewering, dat de mens eindig, kwetsbaar of vergankelijk zou zijn. Zich op verheven en Christen-wijze vereenzelvigend met de goddelijke aard zei hij: “Ik ben de opstanding en het leven.” In dit begrijpen van het eeuwige zijn moet ieder van ons in zichzelf de bewuste geestelijke erkenning vinden van het Leven, dat God is.

Geen opmerkingen: