donderdag 19 januari 2012

Economie


De economische aard van het bestuur van Geest ligt in de alomtegenwoordigheid van Geest. Ware economie kan niet anders zijn dan geestelijk en daardoor praktisch in de hoogste betekenis van dit woord. Omdat zij uit God voortkomt, kan er geen enkel spoor van stoffelijkheid, d.w.z. geen stoffelijke gedachten of stoffelijk proces bevatten. Zij moet onfeilbaar, universeel en altijd beschikbaar zijn. Christus Jezus, onze Weg-wijzer, zei (Joh. 4:35): “Zegt gij niet: het zijn nog vier maanden en dan komt de oogst? Ziet, ik zeg u, heft uw ogen op en aanschouwt de landen, want zij zijn alreeds wit om te oogsten.” Met deze uitspraak trachtte Jezus zijn discipelen op te wekken uit de apathie, die hun menselijk begrip van handelen beheerste. Menselijke actie is beperkt en stelt alle verwezenlijking tot later uit; zij gelooft in ontwikkelingsprocessen, in tijd en in persoonlijke successen van een persoonlijk gemoed, terwijl de Meester probeerde aan te tonen, dat de oogst of de verwezenlijking van het goede slechts wordt verkregen, naarmate de geestelijke aard van het bestaan wordt begrepen. De menselijke economie is een probleem van de gehele wereld geworden, dat elk jaar ingewikkelder wordt. In haar naam doen zich nieuwe theorieĆ«n als de oplossing voor, die komen en gaan als de mode in de jaargetijden. In de goddelijke economie blijft Geest voor altijd zichzelf. Hij wordt niet anders om in de menselijke behoefte te voorzien Maar in deze behoefte wordt voorzien naarmate de menselijke zin zich overgeeft aan het goddelijke feit, dat Geest alles is. Stof en tijd zijn fasen van het geloof aan deelbaarheid, aan meer dan een Gemoed.

Geen opmerkingen: