dinsdag 20 december 2011

Wondermooi


Toen de Heiland werd geboren en de herders in het veld de hemelse heirscharen hoorden zeggen (Luk. 2:14): “Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen” voelden zij de geest van het Kerstfeest. Iets wondermoois gebeurde er in de wereld en zij voelden, dat een nieuw tijdperk komen ging. Verlossing kwam tot de mensheid, verlossing van het boze geloof, dat God Zijn eigen wet niet ten uitvoer zou kunnen brengen en dat de mens het slachtoffer zou zijn van dit goddelijk onvermogen. Simeon was een man die ook de nabijheid van een geestelijk ochtendgloren besefte, en toen Maria het kindeke Jezus naar de tempel bracht “opdat zij hem den Heere voorstelden”, nam Simeon het kind in zijn armen en zegende God, zeggende (Luk. 2:30,31): “Want mijn ogen hebben uw zaligheid gezien. Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken.” Verder waarschuwde hij Maria, dat het kind gezet was “tot een teken, dat weersproken zal worden.” Hij voorspelde dat een zwaard zou gaan door haar eigen ziel, en dat “de gedachten uit vele harten geopenbaard [zouden] worden.” Simeon zag dat dwaling aan het licht zou komen; dat die zich niet zonder strijd aan de Christus zou overgeven; dat Waarheid haar vijanden hebben zou; maar dat desondanks het hele mensdom verlost zou worden.

Geen opmerkingen: