donderdag 20 oktober 2011

Werking


Toen het getuigenis van de stoffelijke zinnen Mozes wilden doen geloven, dat de toestand hopeloos en dat er gebrek en gevaar was, wendde de grote Wetgever zich tot God; en als een “altijd-tegenwoordige getuige” van Gods beschermende macht leidde hij zijn volk naar een veilige haven. Alleen door geestelijke kracht was hij bij machte zijn volk met Liefde’s engelenboodschap gerust te stellen: “Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des Heeren, dat Hij heden aan ulieden doen zal.” (Ex.14:13).
De onjuiste mening, dat de mens tijdelijk van God gescheiden kan zijn, maakt deel uit van de Adam-droom. Hoe diep een ziekte schijnbaar ook geworteld moge zijn, zij kan geen verlammende invloed hebben op het geestelijk begrijpen, dat stervelingen uit de slavernij van de valse aanspraak van dwaling bevrijdt. Alle werking komt uit God voort. Zij is niet afhankelijk van spieren, het weer, het geloof aan erfelijkheid, of tijd. Alle werking wordt gaande gehouden en bestuurd door het goddelijk Beginsel, dat niet aan schommelingen onderhevig is, maar dat voor altijd almachtig en alomtegenwoordig is. Zelfs het schijnbaar verduisterde menselijk bewustzijn kan ontwaken tot het onderscheiden van Gods alheid. De stralenglans van het geestelijk begrijpen dringt door het geloof aan zogenaamde ongeneeslijke ziekten heen en stelt stervelingen in vrijheid. Toen Christus de mens genas, die blind was van de geboorte af, demonstreerde hij, dat de stof machteloos is om de geestelijke vermogens aan te tasten, die voor altijd in Ziel verblijven. Er staat vermeld dat zijn patiĆ«nt “kwam ziende” (Joh. 9:1-7).

Geen opmerkingen: