vrijdag 30 september 2011

Zedelijke wet


In People’s Idea of God (blz. 3) zegt Mrs. Eddy: “Laten wij ons er in verheugen, dat de boog der Almacht alrede de zedelijke hemelen met licht omspant en dat de meer geestelijke idee van het goede en van Waarheid gelijk een belofte op de wolken tot het oude stoffelijke denken komt en in deze tijd een meer metafysische godsdienst in de gedachten van mensen graveert, een godsdienst, die gegrond is op Christian Science.”
Toen Mozes de zedelijke wet aan het mensdom schonk, voegde hij daar vergeldingsmaatregelen aan toe voor hen, die ongehoorzaam waren, en dit was nodig om het bewustzijn wakker te schudden en een primitief volk te leren het juiste te onderscheiden van het verkeerde. Christus Jezus heeft de Geboden niet te niet gedaan, maar leerde, dat zij in de geest van liefde en gerechtigheid in vervulling moeten gaan. Op die wijze moest de gerechtigheid van zijn volgelingen “overvloediger [zijn] dan der schriftgeleerden en Farizeeërs” (Math. 5:20). 
Het was niet het uiterlijke gedrag, maar innerlijke liefde en reinheid, die de individuele gehoorzaamheid aan de wet van God moesten bepalen. Zoals Jezus de vertolking van de wet leerde uit het oogpunt van liefde, wordt in hoge mate de vooruitgang van het mensdom bevorderd naar Geest toe. Mary Baker Eddy ontdekte de alheid van het goede, zij zag, dat God de enige bron is van het goede en bewees, dat zondeloosheid het bewijsbaar geboorterecht is van een ieder individueel. Iedereen heeft het recht zedelijk vrij te zijn. In de goddelijke wetenschap wordt de norm aangegeven, waaraan we elke menselijke gedachte kunnen beoordelen en de juistheid ervan kunnen toetsen en kunnen bepalen of zij uit God komt of uit een verondersteld sterfelijk Gemoed. In het licht van deze volmaakte norm leren wij dat er geen verontschuldiging is voor onvolmaaktheid.

Geen opmerkingen: