donderdag 1 september 2011

Reis


Gemeten naar de afstand is de reis van Egypte naar het beloofde land niet veel meer dan 200 mijl. Voor de kinderen van Israël betekende dit veertig jaar van omzwervingen. Zij moesten de lessen van de woestijnweg leren. Het ontsnappen uit de slavernij van Farao was slechts het begin. Er waren lessen van moed, van vastberadenheid, van gehoorzaamheid en van zelfopoffering, die nog geleerd moesten worden, voordat het doel was bereikt. In de Bijbel lezen we (Ex. 13:17, 18): “zo leidde God hen niet op de weg van het land der Filistijnen, hoewel die nader was; want God zeide: Dat het volk niet berouwe, als zij de strijd zien zouden en weerkeren naar Egypte. Maar God leidde het volk om, langs de weg van de woestijn der Schelfzee.”
Gedurende de lange en vaak bittere tocht van de Israëlieten was Gods leiding steeds nabij. Er was voedsel voor hen in de woestijn; er was schaduw in de woestijn; en in de donkerste uren voerde Liefde’s leidend licht hen veilig verder. In de woestijn van menselijke onzekerheid hebben wij grote behoefte aan leiding. Het is niet genoeg er naar te verlangen, hoe hoopvol ook. Om vrijheid te genieten, moeten wij vrijheid verdienen. Het is het pad dat wij voor onszelf maken. Het beginpunt is ons eigen verzet tegen Gods geboden. Het eindigt wanneer wij aankomen in het land van belofte, onze erkenning van God, het oneindig goede, als Alles-in-alles. Gebed en zelfopoffering zijn de aanwijzingen, die wij te volgen hebben. Andere wegen proberen, een kortere weg zoeken, aanwijzingen voorbij lopen zullen ons alleen op een dwaalspoor brengen. Wij regelen zelf de snelheid waarmee wij reizen en hoe gevaarlijk de reis zal zijn. Wanneer wij elke voorwaartse stap gehoorzaam doen, zal in alles voorzien worden wat we nodig hebben.

Geen opmerkingen: