zondag 4 september 2011

Grondslag

Door middel van het geestelijk bewustzijn zien wij de werkelijkheid. God verklaart: “Ik ben het immer bewuste Leven”, en de mens wordt gezien als de uitdrukking van dat Leven, eeuwig en zonder onderbreking. God verklaart: “Ik ben het oneindige, immer bewuste Gemoed”, en de mens wordt gezien als de zich immer ontvouwende uitdrukking van Gemoed. God verklaart: ”Ik ben de oneindige, immer bewuste Liefde”, en de mens wordt geopenbaard als de uitdrukking van het wezen van Liefde. In de Wetenschap zien wij dat het onmogelijk is, dat de mens enig bewust bestaan zou hebben buiten het scheppend Gemoed, God, zijn enige bron en oorsprong. Mrs. Eddy doelt op het één-zijn van God, waar zij in Unity of Good (blz. 24) schrijft: “Ik ben het oneindige Al. Uit mij komt alle Gemoed, alle bewustzijn, alle individualiteit, alle zijn voort. Mijn Gemoed is het goddelijk goede en kan niet tot kwaad komen. Aan vele gemoederen te geloven betekent zich af te wenden van de opperste zin van harmonie.” Het geloof aan vele gemoederen is dus de gewaande leugen, dat het bewustzijn niet één is. Hieruit kunnen wij zien, hoe belangrijk het is alle gedachte te gronden op het onvermijdelijke één-zijn van het bewustzijn en hiervan nooit af te wijken. Dit ene alles in zich sluitende bewustzijn behoort niet alleen aan u en mij, maar het is het bewustzijn van ons allen. Aangezien alle ware bewustzijn God is, is er in de oneindigheid van Gemoed geen plaats voor tweedracht, verdeeldheid of enigerlei strijd. Liefde, het éne goddelijke en oneindige bewustzijn, verklaart en verzekert, dat het Alles is, en op deze grondslag worden de harmonie en de broederschap van de ideeën van Gemoed aangetoond

Geen opmerkingen: