woensdag 14 september 2011

Gedachtelijk werk


De noodzakelijkheid van voortdurend waken en bidden bij de beoefening en de demonstratie van Christian Science houdt volstrekt niet in, dat het pad vol voetangels en klemmen ligt, of dat de beoefenaar niets anders zal vinden dan het dragen van het kruis en martelaarschap. De voorschriften van deze toepassing zijn er ter wille van de beoefenaar, zij zijn er niet ter wille van de voorschriften zelf, want zij leiden hem naar vrede en zekerheid, die zeer zeker duurzaam zijn.
“Waarheid is geopenbaard. Zij behoeft slechts te worden toegepast.” zegt Mrs. Eddy. (Wetenschap en Gezondheid blz. 174)  Bewuste inspanning om dit te bewijzen is een vereiste. Men kan op geen andere wijze Christian Science beoefenen dan door zelf een werker te worden - een volhardend geestelijk en gedachtelijk werker. Jezelf alleen maar laten voortdrijven door een oppervlakkige zelfverzekerdheid, dat alles in orde is, is niet genoeg. Niets kan ooit genoeg zijn, behalve dat wij in oprechtheid de besliste verklaring, dat God alles is en dat het kwaad niets is, meenemen tot in het strijdperk van onze eigen wedergeboorte, bevrijding en verlossing. Hoe gaan we dit werk van uitdoen en aandoen, van wedergeboren worden door geestelijk gedachtelijke wedergeboorte tot stand brengen? Dagelijks moeten we de gewoonte hebben om de oude mens van de onware stoffelijke begrippen uit te doen en de nieuwe mens van het geestelijk begrijpen en de goddelijke werkelijkheid aan te doen. Er bestaat geen geslaagde poging, waarbij zelfbeheersing niet onmisbaar is en deze eigenschap vereist steeds weloverwogen, intelligente en doelbewuste inspanning van de zijde van de persoon zelf. De Christian Scientist zal in gehoorzaamheid zijn eigen zaligheid uitwerken en hij weet dat hijzelf hiervoor steeds iets bepaalds en positiefs moet doen, want hij heeft de woorden van Paulus in gedachte (Fil. 2:13): “Het is God die in u werkt beide het willen en het werken, naar zijn welbehagen.”

Geen opmerkingen: