zaterdag 10 september 2011

Dienaren


Ware ootmoed is geestelijk. Thomas Carlyle schreef eens aan een vriend: “Het is al vele jaren geleden, dat de betekenis van ootmoed mij duidelijk werd, en deze ootmoed kwam over mij als water komt over iemand die van dorst sterft, en ik voelde en voel nog steeds, dat zij het begin is van het morele leven.” Ootmoed dwingt ons om ons persoonlijk onvermogen te erkennen en keert ons zonder voorbehoud naar het oneindige vermogen van Geest.
Petrus heeft gezegd: (1 Petr. 5:6): “Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd.” Het zijn onze stoffelijke menselijke meningen, die ons begrip van het goddelijke kunnen onderschatten. Wanneer we een taak te vervullen hebben, laten wij die dan vervullen, niet alleen voor de glorie van God, maar met de duidelijke erkenning dat het kunnen dat het werk verricht, het goddelijk kunnen is en dat wij nederige dienaren zijn van het almachtig, alomtegenwoordig en alwetend Gemoed.
Door ons eigen ik te overwinnen en Ziel te verheffen onderscheiden wij - al is het in het begin slechts flauw - de bedoeling van God en zijn we gereed om aan de Vader onze dierbaarste verwachtingen toe te vertrouwen, in de wetenschap, dat wij datgene zullen ontvangen, wat het beste is voor ons geestelijk geluk en onze vooruitgang.

Geen opmerkingen: