vrijdag 16 september 2011

Blijdschap

In het besef dat blijdschap van geestelijke aard is, zong de Psalmdichter: “Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwig.” Blijdschap is een uiting van het oneindig Gemoed, van Ziel, Geest en zij is onafscheidelijk één met het wezen van de mens. Blijdschap is een eigenschap van God en haar tegenwoordigheid is een bewijs van de heiligheid van de mens, het kind van God. Het begrip, dat blijdschap beperkt of veranderlijk is, vloeit voort uit het geloof aan een stoffelijke, persoonlijke schepper en een schepping die aan verandering onderhevig is. Zogenaamde blijdschap, gegrond op het getuigenis van de lichamelijke zinnen, is in het geheel niet blijdschap; het is een armzalig namaaksel, een droom van genot in de stof. Hoe vergankelijk en vluchtig zou blijdschap zijn, wanneer zij afhankelijk was van de tegenwoordigheid van een persoon of het bezit van een of ander ding. Maar omdat blijdschap een uiting is van Ziel, van God, weerspiegelt de mens blijdschap net zo zeker als leven en liefde in hem openbaar worden. Zij is het erfdeel van de werkelijke mens, zijn geboorterecht, het kenmerk van zijn heerschappij. Blijdschap is dus een een normaal, natuurlijk deel van de geestelijke uitrusting van de mens. Door het begrijpen van deze waarheid leert men hoe men zijn recht kan laten gelden op de volheid van blijdschap, die zich in de hele schepping van God openbaart. Blijdschap wordt niet in smart ontvangen, maar in kalm geluk, niet in heftige gemoedsbeweging. Sterkte, zachtmoedigheid, vrede en overvloed zijn in de Bijbel met blijdschap verbonden. Mrs. Eddy zegt in Wetenschap en Gezondheid, blz. 76: “De zondeloze vreugde - de volmaakte harmonie en onsterfelijkheid van het Leven, dat onbegrensde goddelijke schoonheid en goedheid bezit, zonder een enkel gevoel van lichamelijk genot of pijn - vormt het wezen van de enig waarachtige, onvernietigbare mens, wiens zijn geestelijk is.”

Geen opmerkingen: