woensdag 24 augustus 2011

Vraag en aanbod


Mrs. Eddy schrijft in Terugblik en Inblik op blz. 67: “De eerste ongerechte uiting van zonde was eindigheid.”
Dit geloof aan eindigheid is grondslag voor elke bewering dat er beperking zou zijn. Anders gezegd, wanneer wij inzien dat alles in Gods heelal deel heeft in het wezen van de oneindigheid is er geen plaats over voor gebrek. Omdat elk idee oneindig is, is er, indien er genoeg is voor één, genoeg voor allen. Op deze manier moet Jezus de broden en de vissen hebben vermenigvuldigd in de woestijn van Syrië. Hij was zich bewust van de oneindige aard van alle goddelijke ideeën.
Wanneer we dit vraagstuk bekijken vanuit de wet van vraag en aanbod, zegt Mrs. Eddy (o.a. in Miscellaneous Writings blz. 45) dat het een goddelijke wet is, dat het aanbod altijd voorziet in de vraag. Dit feit moet overdacht worden. In de eerste plaats moeten we bedenken, dat het een WET is die hier wordt aangeduid, en een wet is datgene, wat de macht om haar uit te voeren met zich brengt. Ten tweede is het een goddelijke wet, de daadwerkelijke wet van de Almachtige God. Niets kan dat verhinderen. En wat is de wet? Dat aanbod voorziet in de vraag? Ja, maar meer dan dat. Het aanbod voorziet ALTIJD in de vraag.
Wat een grootse belofte.

Geen opmerkingen: