woensdag 27 juli 2011

Onderscheidingsvermogen

Van vrienden en zogenaamde vertroosters had Job veel gehoord over hun opvatting van God, maar deze opvatting was eindig en verkeerd. Het gaf de geduldige Job geen begrip van de ware aard van God. Toen een beter geestelijk begrip van God in zijn bewustzijn daagde, kon hij zeggen: “Met het gehoor van het oor heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog.” Job had toen het punt bereikt dat hij de waarheid omtrent God, het almachtige alwetende zijn, tot op zekere hoogte geestelijk kon onderscheiden.
Mrs. Eddy omschrijft ‘ogen’ als: “Geestelijk onderscheidingsvermogen - niet stoffelijk, maar mentaal” (Wetenschap en Gezondheid blz. 586). Alles wat het fysieke oog schijnt te zien is niet de goddelijke of geestelijke werkelijkheid, maar slechts een eindig, stoffelijk begrip van wat werkelijk is. Dat wat stoffelijk zien genoemd wordt, is slechts gedachtelijke ondervinding.
Het ware zien is dus geestelijk-gedachtelijk en is niet afhankelijk van de zogenaamde gezichtsorganen. Het werkelijke zien, waarnemen of onderscheiden, als openbaarwording van het onsterfelijk Gemoed is eeuwig en onvernietigbaar. Het ene, ware geestelijke zien is universeel van aard. “Geestelijk onderscheidingsvermogen” wordt door alle kinderen Gods gelijkelijk weerspiegeld en genoten. Het kan niet aangetast of vernietigd worden door sterfelijke geloofwijzen over de gevolgen van ouderdom, ongeval of ziekte.

Geen opmerkingen: