zondag 3 juli 2011

Ondeelbaarheid

Schrijvende over de ondeelbaarheid van het Zijn, God, schrijft Mrs. Eddy op blz. 56 van Terugblik en Inblik: “Al wat van het ene goddelijke Gemoed, of God, afwijkt, - of hetgeen Gemoed verdeelt in gemoederen, Geest in geesten, Ziel in zielen, en het Zijn in wezens, - is een wan-voorstelling omtrent het onfeilbare, goddelijke Beginsel van de Wetenschap, die de betekenis van de almacht, alwetendheid en alomtegenwoordigheid van Geest verstoort, en van menselijke, niet van goddelijke oorsprong is.”  En op dezelfde bladzijde gaat zij verder: “Alle bewustzijn is Gemoed, en Gemoed is God. Derhalve is er slechts één Gemoed en dit éne is het oneindige goede, dat alle Gemoed verleent door weerspiegeling en niet door onderverdeling van God.”
Hier zien wij dat een van de belangrijkste kenmerken van het Zijn is, dat het ondeelbaar is. Het Opperwezen is het éne Gemoed, het éne Leven, de éne Geest, Ziel, intelligentie. Het geestelijk heelal, de individuele mens inbegrepen, is de ondeelbare uiting van Leven of Zijn en is niet af te scheiden van, en één met zijn Beginsel. Niets kan komen tussen Gemoed en Zijn idee, Leven en Zijn uiting, God en de mens. Zij zijn één in wezen. Zij vormen de eenheid, de oneindigheid, van het goede.
Het te-zamen-bestaan en één-zijn van God en de mens, Beginsel en idee, zijn de grondslag van de leer van Christian Science en zijn geheel in overeenstemming met de leer van Jezus, die, sprekende van de ware zelfheid, de geestelijke idee of Christus, gezegd heeft: “Ik en de Vader zijn één.”

Geen opmerkingen: