dinsdag 7 juni 2011

Vriendschap

Dwaling probeert de ontvouwing van de goddelijke idee, die tot uiting komt  als de universele broederschap der mensen en de heerschappij van harmonie op aarde, te belemmeren door diegenen te scheiden, die zich verenigd hebben om dit doel te bereiken. Christus Jezus beperkte zich in geen enkel deel tot de broeders en zusters in Bethanie of de discipelen. Door zijn grote liefde voor de mensheid genas en spijzigde hij de scharen. Onbevreesd voor kritiek had hij mededogen met de vrouw in overspel gegrepen. Voor allen was hij een vriend en meer in het bijzonder voor hen, die het meest vriendschap nodig hadden.
Een wijder en grootmoediger begrip van vriendschap zal ons er toe leiden vriendelijker over iedereen te denken, door uitdrukking te geven aan de liefde, die ‘zichzelven niet zoekt’, en niet uitkijkt naar een beloning, hoewel de beloning zeker komen zal in ‘een goede, neergedrukte en geschudde en overlopende maat”. De ware zin van vriendschap ziet de onwerkelijkheid van menselijke tekortkomingen en heeft geduld met de fouten van een ander.  De liefde voor het mensdom, door de Meester gegeven, moet eerst geboren worden in het verborgene van  ieders hart en zal tot uitdrukking komen in onze gezinnen, onze kerken, onze vriendenkring, onze omgang met vreemdelingen en het zal zich verruimen totdat de broederschap der mensen gevestigd is in de internationale verhoudingen. “Een weinig zuurdesem [maakt] het gehele deeg zuur.”

Geen opmerkingen: