donderdag 30 juni 2011

Goddelijke intelligentie

Het geloof dat intelligentie of gemoed een eigenschap is van een stoffelijke persoonlijkheid, en dat  voorouders en andere menselijke factoren bepalend zijn voor een hoog c.q. laag IQ, moet als onwaar beschouwd worden. Intelligentie heeft geen stoffelijk persoonlijke, maar geestelijke oorsprong. Intelligentie zetelt niet in het stoffelijk lichaam en ook wordt zij er niet door voortgebracht.
De vraag door Job gesteld is daarom belangrijk: “Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats van het verstand?” Mary Baker Eddy schrijft op blz. 275 van Wetenschap en Gezondheid het volgende: “Alle substantie, intelligentie, wijsheid, zijn, onsterfelijkheid, oorzaak en gevolg behoren aan God. Dit zijn Zijn eigenschappen, de eeuwige openbaringen van het oneindig, goddelijk Beginsel, Liefde. Geen wijsheid is wijs dan Zijn wijsheid; geen waarheid is waar, geen liefde is lieflijk, geen leven is Leven, dan die van God zijn; er bestaat geen ander goed dan het goede, dat God schenkt.”
Het goddelijk Gemoed en zijn intelligentie zijn een oneindige bron, van waaruit de mensen individueel voortdurende ideeën van wijsheid, begrijpen, vertrouwen, schoonheid en nuttigheid ontvangen. Christian Science openbaart dat het Gemoed van de mens God is, Liefde, het oneindig goede.
Hoe kunnen wij in ons dagelijks leven onbegrensde intelligentie demonstreren? Iedereen brengt bewust een zekere mate van intelligentie tot uitdrukking. God moet worden erkend als de oorsprong van ons juist denken, zowel vóór als nadat wij het tot uiting moeten brengen. De nodige ideeën stromen vanzelf overvloedig in ons bewustzijn als wij begrijpen dat God alle goede gedachten zendt. God is de bron van alle juiste ideeën, de schepper en in-stand-houder van onze geestelijke gedachtelijke eigenschappen, de ene Vader, Leven, die elk individueel bewustzijn verlicht, bezielt en leidt. Intelligentie is onbegrensd en universeel en  in wezen ontleend aan God, oneindig Gemoed.

dinsdag 28 juni 2011

Vooroordelen

Wanneer een student van Christian Science zijn motieven, doeleinden en verlangens - al zijn gedachten - toetst aan de geestelijke volmaaktheid, zal hij veel dwaling tegenkomen, die verbeterd en uitgeschakeld moet worden. Het kan gebeuren dat hij lange tijd geen zegening of blijdschap heeft ervaren, omdat hij toegelaten heeft, dat vooroordelen hem in de weg stonden, zijn inzicht verduisterden en hem misleidden. Vooroordelen maken deel uit van de overtollige, ongewenste gedachtelijke bagage, waarvan de student zich zal moeten ontdoen en die hij moet vervangen door datgene, wat hem opheft, bevrijdt en zegent. En hoe kan dit tot stand gebracht worden?
Allereerst moet worden erkend, dat vooroordelen  de onaantrekkelijke, vrede-verstorende gevolgen zijn van het verkeerde begrip van een zelfheid, een zelfheid die beweert niet afhankelijk te zijn van God. Vooroordelen zijn een zeker bewijs van egoisme en van bekrompenheid, en geen weldenkend mens wil daarvan slaaf zijn. Maar wanneer wij uitdrukking geven aan geduld, christelijk mededogen en barmhartigheid in plaats van aan irritatie, vitterige kritiek en een verkeerd oordeel voelen wij ons gelukkiger en rustiger.  De christelijke denker tracht zijn leven eerlijk en onafgebroken in overeenstemming te brengen met de standaard van volmaaktheid, van het goddelijk Gemoed en de goddelijke Liefde.
Jezus leerde in de tempel : “Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.” Met andere woorden, wij moeten de gedachten, die tot ons komen, beoordelen naar de standaard van juistheid, de standaard van het goddelijk Beginsel, dat niet aangetast wordt door persoonlijke invloeden en overwegingen. De Christus-wijze van denken is die van mededogende, hoop-gevende liefde. Alleen het pad van Liefde leidt tot licht en vrijheid, tot geluk en gezondheid, en dit is de weg om vooroordelen te overwinnen.

maandag 27 juni 2011

Bewustwording

Door bestudering van Christian Science wordt een steeds helderder begrip verkregen van het ware zijn. Het is een streven naar bewustwording van de waarheid omtrent God en Zijn idee, de mens en het beseffen dat de mens, door weerspiegeling de vermogens bezit van Geest, die volmaakt en eeuwig zijn. Christian Science openbaart aan de mens de “nieuwe hemel en de nieuwe aarde” Gods door het geestelijk heelal en de geestelijke mens te openbaren - waar volmaaktheid heerst onder het bestuur van de volmaakte geestelijke wet; waar niets kan worden geschaad of vernietigd; en waar de zinnen van Geest op volmaakte wijze werken en door alle eeuwigheid heen op volmaakte wijze zullen blijven werken.
“Een horend oor, en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja, die beide” (Spreuken 20:12). Al wat wij horen is geestelijke waarheid, al wat wij zien zijn Gods ideeën. En het is de geestelijke zin die ons in staat stelt, zowel geestelijk te horen als te zien. Niets kan ons verhinderen de vermogens van Geest te gebruiken, wanneer wij beseffen dat de mens - ons ware geestelijke ik - altijd een is met het Gemoed, de oorsprong of bron van deze vermogens.

zaterdag 25 juni 2011

Vasten

In het licht van de ontdekking van  Christian Science worden de geïnspireerde geschriften wondermooi uitgelegd. Op blz. 242 van het leerboek  lezen wij: “Er is slechts één weg naar de hemel, de harmonie, en Christus wijst ons die weg in de goddelijke Wetenschap. Deze weg is: geen andere werkelijkheid te kennen - geen ander bewustzijn van het leven te hebben - dan het goede, God en Zijn weerspiegeling, en boven de zogenaamde lasten en lusten der zinnen uit te stijgen.”
Toen de discipelen Jezus vroegen, waarom zij er in het geval van de jongen met vallende ziekte, niet in slaagden hem te genezen, antwoordde Jezus: “Dit geslacht vaart niet uit  dan door bidden en vasten.” In Miscellany blz. 222 geeft Mrs. Eddy de volgende verklaring voor wat vasten is: “Zich er van onthouden de beweringen der zinnen te beamen.” Jezus heeft nooit gezegd dat ascetisme het denken of het leven van de mens zou vergeestelijken. Het ontkennen en vernietigen van het kwaad, niet het zich onthouden van stoffelijk voedsel, is vasten in de ware zin. Naarmate Christian Scientisten door geestelijk begrijpen zich van alles onthouden, wat in hun denken en leven niet gelijk is aan God, ervaren zij de vreugde van een geestelijk bewustzijn, beseffen zij de heerschappij van de mens over het kwaad en zijn zij in staat de genezingswerken te volbrengen, die Christus Jezus zijn volgelingen opdroeg te doen.
In het heiligdom van een vergeestelijkt bewustzijn, dat met het goede gevuld is, is er niets, waarvan wij ons onthouden moeten. Het kwaad heeft daar geen plaats. Zo gaat de belofte uit de Openbaring 2:7 in vervulling: “Die overwint, ik zal hem geven te eten van de boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.”

vrijdag 24 juni 2011

Geduld

Het geduld van degene, die in overeenstemming met de goddelijke Liefde werkt, wordt niet en kan onmogelijk worden verstoord door twijfel of angst. Werk onder Gods leiding verricht, werpt zeer zeker resultaten af; en door volhardend vasthouden aan de geestelijke waarheid, tegelijk waakzaam tegenstand bieden aan een mogelijk binnendringen van verkeerde gedachten, komt men tot demonstratie.
Het is noodzakelijk, dat wij van onze kant bereid zullen zijn met de goddelijke wetten mee te werken. Ieder heeft zijn werk te doen en een ‘lijdelijk’ afwachten leidt niet tot goede resultaten. Jezus heeft ons geleerd, dat wij moeten vragen om iets te krijgen, zoeken om te vinden, en kloppen, zodat de deur voor ons geopend wordt. In het Evangelie van Johannes lezen wij, dat Jezus gezegd heeft: “Die tot mij komt zal ik geenszins uitwerpen.” (Joh 6:37) Deze belofte wordt ons gedaan op voorwaarde, dat hij, die de goddelijke zegen verlangt, zich daarvoor zal aanmelden.
Het vereist geduld om onze eigen problemen uit te werken en evenveel geduld - of zelfs meer - hebben wij nodig in onze omgang met onze medemensen. Wijsheid en macht worden ons gegeven, wanneer wij de goddelijke Liefde begrijpend toepassen.

donderdag 23 juni 2011

Hooghouden

Als verklaring van het woord “feit” vind je in het woordenboek “alles wat geacht wordt werkelijk te bestaan” en “alles wat absoluut waar is.” Het geestelijke feit is een idee van het goddelijk Gemoed, een uiting van Waarheid, een openbaarwording van het oneindig Beginsel. Het is een feit dat God onsterfelijke Ziel is. De ene oneindige Geest, God, en Zijn idee, de mens en het heelal, zijn eeuwige waarheden, zonder begin of einde. Het geestelijk bewustzijn, het koninkrijk der hemelen, is samengesteld uit goddelijke werkelijkheden, de openbaarwordingen van Waarheid. Dwaalgeloofwijzen schijnen op de voet gevolgd te worden door de dood, terwijl geestelijke feiten gezondheid en eeuwig leven brengen.
Zij die de feiten van Christian Science hooghouden, beseffen, dat alle onvolmaaktheden wangeloofwijzen zijn, zonder werkelijkheid, tegenwoordigheid of macht. Zij weten dat alle werkelijke zijn volmaakt is, gelijk de Vader, de bron van alle geestelijke feiten, volmaakt is. Wat niet volmaakt is, is niet bestaande, niet een feit, maar sterfelijk verdichtsel. Op deze basis van Waarheid wordt alle genezing tot stand gebracht. Vervang elk onwaar ziekte- of zondegeloof door de daar tegenoverstaande feiten van gezondheid en goedheid, en disharmonie zal verdwijnen en harmonie heersen. “Nu zijn wij kinderen Gods”, heeft Johannes gezegd. Nu zijn wij in werkelijkheid de ideeën van God, het goede, en wordt het goede en niets anders dan het goede in ons openbaar. Het hooghouden van het feit van de geestelijke volmaaktheid brengt genezing.

dinsdag 21 juni 2011

Ontvankelijk

Op blz. 307 van Miscellaneous Writings schrijft Mrs. Eddy: “God schenkt u Zijn geestelijke ideeën en op haar beurt geven deze u datgene wat gij iedere dag nodig hebt. Vraag nooit voor morgen. Het is voldoende, dat de goddelijke Liefde een immer-tegenwoordige hulp is en indien gij wacht, zonder te twijfelen, zal elk ogenblik in al uw behoeften worden voorzien.”
De woorden “zonder te twijfelen”, wijzen op de noodzakelijkheid het goede te verwachten.
Hoe kan ik de twijfel bij mij wegnemen? vraagt iemand die lang heeft geworsteld met armoede, disharmonie of ziekte. Door God en zijn overvloedige en immer-tegenwoordige voorziening voor al Zijn kinderen meer en beter te begrijpen. In Wetenschap en Gezondheid blz. 587 omschrijft Mrs. Eddy God als “De grote IK BEN, de alwetende, alziende, alwerkende, alwijze, alliefhebbende en eeuwige; Beginsel; Gemoed; Ziel; Geest; Leven; Waarheid; Liefde; alle substantie; intelligentie.” De mens naar Gods beeld geschapen, heerschappij hebbend “over de gehele aarde” verkeert in een toestand van ontvankelijkheid. Hij is ontvankelijk voor alles, wat de Vader hem schenkt. Wanneer deze waarheid zich in het menselijk bewustzijn ontvouwt, zal in elke nood worden voorzien.

maandag 20 juni 2011

Demonstreren

Wanneer wij vrij en harmonisch willen zijn, moeten wij de waarheid van het wezen van de mens door God aan hem geschonken aannemen. Harmonie is een openbaarwording van God, een toestand van het goddelijk Gemoed, in de mens tot uitdrukking gekomen of weerspiegeld.
Maar het is niet aan ons om te bepalen hoe geestelijke harmonie tot stand komt. Integendeel. Wanneer wij ons eeuwige harmonische zelfheid erkennen en begrijpen, daarvan getuigenis geven en er gedachtelijk mee een-zijn, worden de omstandigheden harmonisch.
In theorie beslissen wij natuurlijk allemaal ten gunste van harmonie, maar onze beslissing moet verder gaan dan een simpele theorie; harmonie moet voor ons een wezenlijkheid zijn. Wij moeten ons denken zorgvuldig toetsen en voortdurend bewaken, zodat wij altijd aan de zijde van Waarheid staan, wat het sterfelijk gemoed ook als bewijs van het tegendeel zal willen aanvoeren.
Zelfbeklag probeert ons te verhinderen de harmonie te manifesteren. Soms schijnen we zo gekwetst te zijn, teneergeslagen door het kwade, zo aan alle kanten belemmerd, zo onrechtvaardig behandeld, dat een gevoel van opstandigheid ons tracht te verhinderen duidelijk te zien waar het probleem schuilt. Als wij een werkelijkheid maken van een onaangename omstandigheid, slaat het verkeerde, sterfelijke begrip daarover ons in boeien en worden wij dus tijdelijk de slaaf van verkeerde, gedachtelijke begrippen. Het geneesmiddel bestaat daarin dat wij ons ontdoen van dit verkeerde gedachtelijke begrip. En dit kan door toe te geven dat het kwaad een leugen is. Wij kunnen ons nooit ontdoen van iets, wat waar is! Zich bezighouden met het demonstreren van Waarheid is veel nuttiger dan tobben of klagen over ongunstige omstandigheden.

zondag 19 juni 2011

Willen en werken

God is de schepper van de mens, het enige Gemoed, Leven, Zijn, de enige substantie, en God is almachtig en alomtegenwoordig. God heeft de mens geschapen om al de eigenschappen van zijn schepper tot uitdrukking te brengen en er is niets, wat de Godheid verhinderen of beletten kan haar doel te bereiken. Christus Jezus heeft voor de hele mensheid de geestelijke feiten van volmaakte gezondheid, zondeloosheid, reinheid, overvloedige voorziening, heerschappij en eeuwig leven gedemonstreerd. Voor alle komende eeuwen blijft zijn heerlijke belofte van kracht.
God is ons tot hulp. Hij is altijd nabij om ons te bemoedigen, te vertroosten en te steunen.  In Filippenzen lezen wij: “Het is God die in u werkt beide het willen en het werken, naar zijn welbehagen.” In Miscellaneous Writings (blz. 330) schrijft Mrs. Eddy  de liefdevolle en bemoedigende woorden: “Paulus heeft geschreven: ‘Verblijd u in de Heere allen tijd!’ En waarom ook niet - daar ‘s mensen mogelijkheden oneindig zijn, gelukzaligheid eeuwig is en wij ons hier en nu daarvan bewust kunnen zijn.”

zaterdag 18 juni 2011

Inzicht

Inzicht in Gods schepping in het bewustzijn van de mens brengt genezing tot stand. Door de volmaakte geestelijke schepping te erkennen en het koninkrijk der hemelen te zien als een tegenwoordige waarheid en door zich bewust te zijn van geestelijke harmonie, wordt het kwade eenvoudig tot nietsheid teruggebracht.
Het verlangen van de Christian Scientist is, dat Gemoed te bezitten, “hetwelk ook in Christus Jezus was” en de Gulden Regel te gehoorzamen. Mrs. Eddy leert ons in Wetenschap en Gezondheid dat bewustzijn te hebben, dat alleen bestuurd wordt door het goede en waarin het menselijk stoffelijk denken wijkt voor de alomtegenwoordigheid en almacht van Geest. Als in een of ander geval geen volledige demonstratie  gemaakt wordt, kan de reden zijn, dat wij trachten die dingen te demonstreren, die “ons toegeworpen” zullen worden, in plaats van vóór alles de erkenning van Gods volmaakte schepping te zoeken, welke al het goede insluit.
In dat geval, moeten wij bidden overeenkomstig de verklaring, welke Mrs. Eddy ons geeft van een zin uit het “Onze Vader” (Wetenschap en Gezondheid blz. 17): “Geef ons het besef, dat God - gelijk in den hemel alzo ook op aarde - almachtig, oppermachtig is.”

vrijdag 17 juni 2011

Mist

Kunnen wij verwachten een helder begrip omtrent God te krijgen, wanneer wij niet zijn geboden bestuderen en deze gehoorzamen, voor zover we deze begrijpen? “Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft,” heeft Paulus gezegd (Fil 4:13). Mrs. Eddy leert ons, datgene in toepassing te brengen wat wij reeds begrijpen. Wat wij begrepen hebben, bewijzen wij in onze demonstratie. Juist zoals wij een bergpad stap voor stap beklimmen, zo gaan wij stap voor stap in geestelijk begrijpen. Wij kunnen niet verwachten dat onze onwetendheid omtrent God in een ogenblik zal vervangen worden door volkomen begrijpen. Wij moeten ootmoedig en ernstig bidden, zoals de Psalmdichter deed: “Zend Uw licht en Uwe Waarheid, dat die mij leiden, dat zij mij brengen tot de berg Uwer heiligheid en tot Uwe woningen.” (Ps. 43:3)
Wanneer wij moeilijkheden op te lossen hebben, laten wij dan geduldig God verwachten, laten wij er aan denken dat Hij altijd tegenwoordig is, dat geen ‘mist’ ons uitzicht op de geestelijke werkelijkheid kan verduisteren of ons werkelijke zijn als weerspiegeling van Liefde, voor ons kan verbergen. De mist zal zeer zeker optrekken.

donderdag 16 juni 2011

Gewapend

Voor aanvallend en verdedigend oorlog voeren zal Liefde misschien een twijfelachtig wapen schijnen in een  door twist en tweedracht verscheurde wereld. Paulus verzekerde zijn leerlingen: “De wapenen onzes krijgs zijn niet vleselijk, maar krachtig door God tot nederwerping der sterkten.” Wanneer wij bewust de oneindige Liefde weerspiegelen, zijn wij in letterlijke zin met Liefde gewapend. Met Liefde gewapend te zijn betekent, dat wij God, de oneindige Liefde, erkennen als de enige wezenlijke macht, tegenwoordigheid en werkelijkheid. Daardoor zal elke vorm van stoffelijkheid zijn schijnbare werkelijkheid opgeven. De goddelijke Liefde is scherp-snijdend, haar tegenwoordigheid sluit alles uit wat haar eigen geestelijk, volmaakt en bestendig beeld schijnt te verduisteren. Christian Science openbaart het feit dat niets de macht van de goddelijke Liefde kan weerstaan.

vrijdag 10 juni 2011

Vrede

In Openbaring 21:4 lezen wij een rijke belofte: “God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn, want de eerste dingen zijn weggegaan.” Geen dood zal er meer zijn! Vol eerbied en dankbaarheid staan wij voor deze verheven uitspraak van Liefde. Wanneer wij diep in het begrijpen van het geestelijke zijn zoeken, zien wij meer en meer, dat vrede een hoedanigheid is van Geest en in eeuwigheid toebehoort aan elke idee van God. Hij wordt niet langs stoffelijke wegen of met stoffelijke middelen verkregen. In gedachte strekken wij allen over bergen en zeeën onze handen naar elkaar uit en zeggen: “Wij zijn allen broeders en hebben één Vader-Moeder God.” Wat zou het gevolg zijn, wanneer alle naties, vertegenwoordigd op vredes- en godsdienst-conferenties samenkwamen als kinderen van de ene levende en ware God, de Bijbel openden en het eerste scheppingsverhaal lazen en toepasten in het licht, door Christian Science daarop geworpen? Dan zouden alle volkeren vreugdevol met de engelen meezingen: “Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.”

donderdag 9 juni 2011

Bezorgdheid

Degenen, die zich afvragen: ‘Hoe is het mogelijk niet bezorgd te zijn met zoveel leed en lijden om ons heen?’ zullen enigszins in verlegenheid kunnen zijn door het antwoord van Jezus (Johannes 14:1): “uw hart worde niet ontroerd;”. Maar de woorden die daar direct op volgen: “gij gelooft in God, gelooft ook in Mij” wijzen ons de weg. Wanneer moeilijkheden voortkomen uit het niet begrijpen van Gods oneindige goedheid, dan is de weg daaruit om onze gedachten op God te richten en die op God gevestigd te houden. Jezus bewees de macht van God en wij moeten de macht van het goede, de macht van het goddelijk Gemoed gebruiken zoals Jezus deed, om alle vormen van het kwaad en van bezorgdheid te overwinnen. Eenieder die voor de oplossing van problemen op geen andere macht dan Geest of Gemoed vertrouwt, streeft er voortdurend naar hun denken te zuiveren en hun geestelijk begrijpen te verhelderen. Hun strijd is niet een blind, hopeloos vechten tegen hardnekkige werkelijkheid. Zij zijn vastbesloten zich te houden aan hetgeen zij beseffen van de eenheid van de mens met God. Want zij weten dat de stralen van de zon de duisternis overwinnen, niet door tegen de duisternis te vechten, maar door hun een-zijn met de zon. Mrs. Eddy leert ons in Pulpit and Press (blz. 3) dat “onze veiligheid is gelegen in ons vertrouwen, dat wij inderdaad wonen in Waarheid en Liefde, ‘s mensen eeuwige woning. Zulk een hemelse verzekerdheid maakt een einde aan alle oorlog en doet geweld ophouden, want de goede strijd, die wij gestreden hebben, is voorbij en de goddelijke Liefde geeft ons het ware begrip van overwinning.”

woensdag 8 juni 2011

Zegenende uitwerking

Liefde moet actief gehoorzaamd worden. Door alleen over Liefde te denken, zonder haar in toepassing te brengen, kunnen wij ons evenmin in haar zegenende uitwerking verblijden, als wij de koele verfrissing van een bad in een meer kunnen ervaren door aan de oever te staan en naar het water te kijken.
Wanneer wij bewust dwaling door Waarheid vervangen en onze gedachtelijke houding voortdurend meer blijk geeft van liefde voor onze naaste dan van eigenliefde, zal het kwaad, dat deze zogenaamde zelfheid met zich draagt, zich niet langer in onze ervaring voordoen. En deze vrijheid is niet alleen het individu ten zegen, maar ook anderen, zoals Mrs. Eddy ons duidelijk maakt, in Miscellany blz. 210 zegt zij: “Goede gedachten zijn een ondoordringbare wapenrusting; daarmede bekleed, zijt gij volkomen beveiligd tegen de aanvallen van de dwaling in al haar vormen. En niet alleen gij zelf zijt veilig, maar allen op wie uw gedachten rusten, ondervinden daarvan zegen.”
Liefde was het in het oog vallend kenmerk van Christus Jezus en van Mary Baker Eddy, de Ontdekster en Grondlegster van Christian Science. Dankbaarheid voor hun leven van onzelfzuchtige liefde voor de mensheid kunnen haar volgelingen het beste tonen door er naar te streven zelf onzelfzuchtig te leven en ootmoedig te dienen met een liefde, die haar genezende stralen op talloze, stille manieren uitzendt.

dinsdag 7 juni 2011

Vriendschap

Dwaling probeert de ontvouwing van de goddelijke idee, die tot uiting komt  als de universele broederschap der mensen en de heerschappij van harmonie op aarde, te belemmeren door diegenen te scheiden, die zich verenigd hebben om dit doel te bereiken. Christus Jezus beperkte zich in geen enkel deel tot de broeders en zusters in Bethanie of de discipelen. Door zijn grote liefde voor de mensheid genas en spijzigde hij de scharen. Onbevreesd voor kritiek had hij mededogen met de vrouw in overspel gegrepen. Voor allen was hij een vriend en meer in het bijzonder voor hen, die het meest vriendschap nodig hadden.
Een wijder en grootmoediger begrip van vriendschap zal ons er toe leiden vriendelijker over iedereen te denken, door uitdrukking te geven aan de liefde, die ‘zichzelven niet zoekt’, en niet uitkijkt naar een beloning, hoewel de beloning zeker komen zal in ‘een goede, neergedrukte en geschudde en overlopende maat”. De ware zin van vriendschap ziet de onwerkelijkheid van menselijke tekortkomingen en heeft geduld met de fouten van een ander.  De liefde voor het mensdom, door de Meester gegeven, moet eerst geboren worden in het verborgene van  ieders hart en zal tot uitdrukking komen in onze gezinnen, onze kerken, onze vriendenkring, onze omgang met vreemdelingen en het zal zich verruimen totdat de broederschap der mensen gevestigd is in de internationale verhoudingen. “Een weinig zuurdesem [maakt] het gehele deeg zuur.”

maandag 6 juni 2011

Substantie

Het probleem van gezondheid wordt in Christian Science uitgewerkt vanuit het standpunt van Geest, niet vanuit de stof. In Miscellaneous Writings (blz. 333) legt Mrs. Eddy de nadruk op de noodzakelijkheid in dit opzicht onvoorwaardelijk vertrouwen te hebben, waar zij zegt: “Waar zijt gij, sterveling, die u afwendt van de goddelijke bron van het zijn en een beroep doet op de stof om het probleem van Gemoed uit te werken en mee te helpen om de liefelijke harmonieën van Geest, met betrekking tot het heelal, de mens inbegrepen te leren kennen en te gewinnen?”
Iedere keer weer moeten wij ons in herinnering brengen, dat wij goedbeschouwd niet met de fysieke toestand te maken hebben, maar dat ons de gelegenheid geboden wordt te bewijzen, dat de mens niet stoffelijk is, maar geestelijk, niet onrein, maar rein, niet ziek maar gezond, niet zwak maar sterk, niet gebonden maar vrij. Dit ware begrip van ons probleem brengt met zich mee, dat wij het door volkomen vertrouwen op God en met vreugdevolle volharding uitwerken. Terwijl we dit probleem uitwerken, vinden wij de weg van bevrijding uit zonde, lijden en dood, de weg van substantie, gezondheid, onsterfelijkheid.

zondag 5 juni 2011

Gedachtelijk werk

“Elke menselijke gedachte moet zich instinctmatig tot het goddelijk Gemoed wenden - haar enig middelpunt en haar enige intelligentie,” schrijft Mrs. Eddy in Miscellaneous Writings (blz. 307-308). Een uitstekende manier om intelligenter denken te gaan demonstreren is eenvoudig te beginnen met God te erkennen als de bron en de gever van de intelligente gedachten die we reeds hebben. Deze erkenning moeten we zorgvuldig, grondig en dankbaar doorvoeren. Het kan zelfs nuttig zijn dit af en toe hardop uit te spreken. God moet erkend worden als de oorsprong van ons juist denken (zowel voor als nadat wij het tot uiting moeten brengen). Wanneer dit gedachtelijk werk eerlijk en met begrip gedaan wordt, zoals Christian Science leert, stromen de nodige ideeën overvloedig in ons bewustzijn. Omdat intelligentie onbegrensd en universeel is, is zij opgewassen tegen elke onrechtmatige eis, die haar kan worden gesteld. Er is in de menselijke ervaring geen enkel probleem, dat niet uitgedacht en tot een goed resultaat gebracht kan worden op de basis van de wetenschappelijke uitleg, dat intelligentie in wezen ontleend is aan God, oneindig Gemoed.