woensdag 18 mei 2011

Gebouw

Op blz. 13 van Wetenschap en Gezondheid zegt Mrs. Eddy: “Door menselijke onwetendheid omtrent het goddelijk Beginsel, Liefde, wordt de Al-Vader als een lichamelijke schepper voorgesteld; dientengevolge beschouwen de mensen zich als enkel fysiek en verkeren zij in onwetendheid omtrent de mens als Gods beeld of weerspiegeling en omtrent het eeuwig, onlichamelijk bestaan van de mens.”
De onharmonische ervaringen van het menselijk bestaan kunnen bijna zonder uitzondering worden teruggeleid tot het geloof, dat  de mens een stoffelijk organisme is met een gemoed er in besloten en dat hij niet geestelijk is, niet het beeld en de gelijkenis van God, Geest, Gemoed.
Het spreekt echter van zelf dat God, Geest, geen stoffelijk lichaam of begrensde vorm  kan hebben. De oneindige openbaarwording, gelijkenis of weerspiegeling van het goddelijk Gemoed is de belichaming, het heelal, van het Gemoed, uit geestelijke ideeën bestaand. Omdat de mens de idee van het Gemoed is, het beeld van Liefde, de weerspiegeling van Geest, bestaat hij als bewustzijn en niet als stof. Het is onjuist te geloven dat de mens een eigen gemoed heeft, afgescheiden van het ene, oneindige, goddelijke Gemoed.
Naarmate de stoffelijke opvatting van wat lichaam is, in een geestelijke opvatting overgaat, zullen de mensen zich, langzaam maar zeker, steeds minder onderhevig gaan voelen aan de beperkingen en de onharmonische toestanden. Dit is een ontwikkeling, die met grote vreugde gepaard gaat, "want wij weten dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen."

Geen opmerkingen: