maandag 21 februari 2011

Binnenkamer

Wanneer een andere Christian Scientist een probleem op te lossen heeft, hetzij fysiek of op een ander gebied. Wat doen wij dan met deze informatie? Hangen we onmiddellijk aan de telefoon om deze leugen te verspreiden of vertellen we de eerste de beste gemeenschappelijke kennis, die we op straat ontmoeten? Of trekken we ons terug in onze binnenkamer en ontkennen wij daar, alleen met God, deze aanspraak van het kwade en doen we alles, voor zover het ons eigen denken betreft, om er door heen te zien en bidden wij om wijsheid en leiding, om, indien wij er over spreken moeten, dit te kunnen doen in een geest van liefde en hulpvaardigheid? Deze laatste houding zou een hulp zijn voor allen, die er bij betrokken zijn, de Christian Science practitioner, de patiĆ«nt en het allermeest onszelf! Jezus heeft gezegd: “Met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden,” en dit is net zo waar ten opzichte van wat wij zeggen of denken, als ten opzichte van dat wat wij doen.
Men moet leren de deur van zijn lippen te bewaken, zodat er niets door kan gaan wat in enig opzicht het kwade op de voorgrond plaatst of er gewicht aan toekent. De Scientist moet ophouden een werktuig of afgezant te zijn van mesmerische inblazingen. Hij, die in de ware zin, een denker is, weigert datgene te onderschrijven wat onlogisch is of zich bezig te houden met zaken die in werkelijkheid geen grondslag hebben. De door God geschapen mens, is nooit in moeilijkheden, in verzoeking, in gevaar of in ellende en er is in werkelijkheid geen ander mens, waar wij over kunnen spreken.

Geen opmerkingen: