zondag 2 januari 2011

Wandelen met God

Wandelen met God houdt meer in dan nauwgezet gehoorzamen aan Gods geboden. Het houdt in een welwillende geesteshouding, dat de enkeling tot zachtheid stemt en warmte uitstraalt over de wereld in het algemeen.
Onze gemoedsgesteldheid houdt direct verband met onze gezondheid als met ons geluk. Hierin schuilt niets geheimzinnigs, zelfs niet, als gezondheid als een lichaamstoestand wordt beschouwd, want wordt niet het lichaam door de gedachten bestuurd? Daarom zal de gemoedsgesteldheid van een mens, naargelang deze gespannen of rustig is, onvermijdelijk, hetzij in goede of in kwade zin, op het lichaam inwerken. De verschillende schakering in de gemoedsgesteldheid verraden zich in de gelaatsuitdrukking, in de beweging en de woorden van de enkeling. Maar eenieder heeft het in zijn macht evenwichtigheid, opgewektheid, zachtmoedigheid en hartelijkheid aan te kweken. Deze manifesteren zich in een betere gezondheid en in betere vooruitzichten. Zij leiden tot werkzaamheid, niet tot werkeloosheid, tot kracht, niet tot zwakheid, tot een leven dat vrij en onbezoedeld is. Zij spreken uit een veerkrachtige stap, uit een stralend gelaat en een edelmoedig rekening houden met anderen.
Hier herinnert Mrs. Eddy ons in zeldzaam gelukkig gekozen woorden (Miscellaneous Writings, blz. 354): “Een weinig meer goedertierenheid, het zuiveren ener beweegreden, enkele waarheden in tederheid medegedeeld, een hart, dat tot zachtheid gesteld, een humeur, dat overwonnen wordt, een geheiligd leven, zou de werking van het gedachtelijk mechanisme herstellen en zou lichaam en ziel overeenkomstig den wil van God doen werken.”

De erkenning dat het goddelijk Beginsel regeert, onbeïnvloed door verdeeldheid-brengende krachten, bevordert vrede en kalmte en werkt daardoor normale toestanden in de hand zowel in aangelegenheden van het land, onze zaken, onze kerk, ons thuis, als van onszelf. Men kan gelijkmoedigheid en kalmte in de hand werken en daardoor zijn welzijn en werkvermogen bevorderen, door in het oog te houden hoe rustig en toch hoe onweerstaanbaar Leven is. De een neemt de ergernissen, de prikkelende en verdrietige voorvallen, die zich veelvuldig in het dagelijks leven voordoen op. De ander, die zijn gedachten in toom houdt uit liefde en zorg voor het mensdom en zijn aandacht wijdt aan de werkelijkheden van het bestaan, zal zich niet laten beïnvloeden door disharmonische toestanden. “Laat af, en weet dat Ik God ben,” is overtuigender dan hoorbare redeneringen.

Geen opmerkingen: