vrijdag 14 januari 2011

Groei

Groei is geen werkelijke vooruitgang, tenzij deze van God komt, als geestelijk verlangen. Hoe schitterend het vooruitzicht ook moge schijnen, alles wat meer aandacht voor het stoffelijke meebrengt of meer aandacht vraagt voor wereldse zaken dan voor de dingen van Geest is een stap terug. Rechtmatig verlangen, dat geestelijke voorspoed brengt, openbaart zich in een hogere graad van geestelijkheid en heerschappij en in een grotere mate van harmonie.

Indien degene die Christian Science bestudeert, door gedachten die op het stoffelijke zijn gegrond, verkeerd wordt geleid, zal vroeg of laat, voor beproevingen komen te staan die met de voorbijgaande en wisselende aard van stoffelijkheid gepaard gaan. Hij zal dan op zijn schreden terugkeren, zijn plaats in de maatschappij, zijn wereldse positie of bezittingen moeten opgeven en beginnen met nederig zijn verlangens te overdenken en te zuiveren. Christian Science verheerlijkt God, het goede, en vestigt zijn koninkrijk op aarde en leert de volslagen nietsheid van het kwaad, het veronderstelde tegendeel van het goede. 

“Er kan geen verlies uit voortkomen, dat wij onze verlangens aan God toevertrouwen.” Alle rechtmatige verlangens zullen bevredigd worden. Naar evenredigheid zal zorg gedragen worden voor zaken indien die goed zijn, voor andere werkzaamheden, voor voorziening in de behoeften, voor een harmonisch thuis en voor al het andere wat nodig is voor en in overeenstemming met de bezigheden en het welzijn van de mens.

In Terugblik en Inblik blz. 79 schrijft Mrs. Eddy: “ De merktekenen voor de pelgrim in de goddelijke Wetenschap zijn gelegen in ootmoed, onzelfzuchtige motieven en handelingen, het afschaffen van schoolse welsprekendheid, het bevrijden van de gedachte van verouderde leerstellingen, het louteren der genegenheden en verlangens. Oneerlijkheid, wangunst en teugelloze eerzucht zijn “begeerlijkheden des vlezes”, welke  de kiemen van groei in de Wetenschap verstikken, en het onnaspeurlijk vraagstuk van het zijn onopgelost laten. Langs de wegen van de stoffelijke zin, van wereldse gedragslijnen, van praal en hovaardij, wordt geen welslagen in de Waarheid bereikt.”

Geen opmerkingen: