zaterdag 11 december 2010

Maar

Moed is een eigenschap van waarheid en is daarom altijd overvloedig beschikbaar; wanneer wij echter geen moed schijnen te hebben, vallen we gemakkelijk ten prooi aan de verkeerde inblazingen, die zich elke dag aan ons opdringen.
Een listige dwaling, schijnbaar klein en onschadelijk, is het gebruik van het woordje maar.
Zodra het sterfelijk gemoed er iemand toe brengen kan maar te zeggen op een verklaring van Waarheid, is het mogelijk, dat deze vorm van twijfel het bereiken van vrijheid in de weg zal staan. Telkens wanneer zich een maar voordoet, moet dit verbeterd worden. Vooruitgang wordt alleen verkregen door zelf-ontleding en door standvastig streven. Elke beproeving is een gelegenheid om verder te komen, niet een verontschuldiging voor achteruitgang.
Mrs. Eddy schrijft in Wetenschap en Gezondheid (blz. 19): "Als de zondaar voortgaat met bidden en berouw hebben, met zondigen en spijt hebben, heeft hij weinig deel aan de verzoening - aan het één-zijn met God - want hem ontbreekt daadwerkelijk berouw, dat het hart hervormt en de mens in staat stelt de wil van wijsheid te doen."
Door volhardend te weigeren om te luisteren naar de stem van verzoeking, van misleiding en bedrog of naar een opkomende gedachte van ziekte, zal men ervaren dat zulke verzoekingen en beweringen steeds meer hun kracht verliezen, totdat zij tenslotte in nietsheid verdwijnen.

Geen opmerkingen: